Wetenschap en rekenschap - pagina 464
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
:#SX"
G. KUIPER HZN
voordien reeds gepubliceerd hadden, maar nu eerst „opvielen" doordat zij een
aantal richtingen in de sociologie gingen vertegenwoordigen. Kenmerkend wordt
de pluriformiteit van de sociologiebeoefening en de nadruk die men ging leggen
op dat pluralisme. Een tweede belangrijk verschijnsel was de opkomende maat-
schappijkritiek in de sociologiebeoefening, althans tegen het eind van deze perio-
de. Plaatst men deze twee verschijnselen in de laatste periode, wat misschien
juister is, dan kan men wellicht beter zeggen dat sprake is van een gestadige
ontwikkeling der sociologie zonder schokkende gebeurtenissen, geheel in de sfeer
van het tegelijkertijd toenemen van de welvaart zoals die tot uitdrukking kwam in
de verzorgingsstaat.
Het was de tijd van verdieping, uitbreiding en consolidatie. Met name de tijd van
Parsons en Merton, van Homans en Blau, de vruchtbare periode van Gurvitch, de
nadagen van Sorokin en Mills. Er werd driftig onderzocht, vooral met enquê-
te/interview en rekenmachine; na 1960 kwam ook de computer in zwang. De
opleiding werd een modevak en duizenden gingen het studeren, ten dele ten
onrechte. De grondslagen werden gelegd van wat in de laatste periode het
Meijertheorema wordt genoemd.
P. Sorokin (1889-1968), de in de jaren twintig uit Rusland naar de Verenigde
Staten geëmigreerde Rus, mag men gerust de laatste echte universalist en univer-
sele erudiet noemen. Ik zou niet precies kunnen zeggen welke talen hij niet kon
lezen en wat hij niet gelezen had. Zijn eruditie maakte het hem ook mogelijk op
vele terreinen te werken. Hij was de eerste die zich systematisch bezighield met
stratificatie en mobiliteit (Social Mobility), met rampen (Man and Society in
Calamity), met het platteland (samen met Zimmerman; Principles of Rural-Ur-
ban Sociology), met de geschiedenis van de sociologie (jarenlang is Contemporary
Sociological Theories, 1928, hét boek voor de geschiedenis der sociologie aan de
universiteiten geweest). Behalve het laatstgenoemde waren het alle empirische
studiën. Zijn levenswerk schreef hij aan het eind der jaren dertig: het vierdelige
Social and Cultural Dynamics. Het zijn werkelijk maar een paar voorbeelden,
want er zijn tal van andere beroemde werken van hem. Zijn universele weten-
schapsbeoefening blijkt uit zijn theoretische bijdragen zowel als zijn empirische
onderzoekingen. Bij hem waren ze trouwens niet te scheiden. In Social Mobility
staan zowel zijn theoretische opvattingen als de vruchten van zijn empirisch
onderzoek. Zoals verderop nog zal blijken, hebben bij Sorokin de begrippen
persoon, samenleving en cultuur een grote plaats in zijn theorie (een van zijn
boeken heet zelfs Society, Culture and Personality). Omdat het Sorokin vooral
gaat om de mate van integratie die de verschillende aspecten van alle drie vertonen
denkt men onwillekeurig aan T. Parsons. En niet ten onrechte, want het Departe-
ment of Sociology in Harvard is met name opgebouwd door Sorokin, maar aan het
eind van de jaren dertig kwam ook Parsons daar doceren. Wel moet daaraan
worden toegevoegd dat Sorokin heel wat hinderpalen aan Parsons' carrière in de
weg heeft gelegd.
Terugkerend tot bovengenoemd theoretisch werk is het van belang op te merken
458
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's