Wetenschap en rekenschap - pagina 376
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A . T H VAN DEURSEN
historiam enarrabit die Mercurii hora XI et die Saturni hora X"." Men kan zich
een hoopgevender begin indenken. Fabius' epigonennatuur zou hem wel niet in
staat stellen bij deze wekelijkse vertellingen meer te bieden dan Groen reeds gaf in
Ongeloof en Revolutie. Dat het Fabius niet gelukt is, geschiedenis erkend te
krijgen als een voor alle faculteiten verplicht onderdeel van de propaedeuse.'''
behoeven wij niet te betreuren. Gedwongen bestudering van door de student niet
als wezenlijk ervaren nevenvakken levert in de regel slechts een zeer laag weten-
schappelijk rendement op. De series van 1884 noemt deze colleges van Fabius niet
meer. Wel hield de geschiedenis haar plaats in het leerplan van de faculteit der
letteren en wijsbegeerte. Tot die faculteit zullen wij ons in dit hoofdstuk ook
beperken.
Een teken van verder strekkende begeerten valt te bespeuren in 1886. De Senaat
spreekt dan in het algemeen over de wenselijkheden van verdere uitbouw. „In
verband hiermee", lezen wij dan, „wordt voor geschiedenis Dr. Wenzelburger
genoemd"."
Deze Theodor Wenzelburger — sinds 1873 dr K. Th. Wenzelburger — was in 1843
geboren, en had zich in 1873 in Nederland gevestigd. Hij verdiende de kost als
leraar Duits, en werd in 1885 bovendien correspondent van de Kölnische Zei-
tung," maar hield zich ook met de Nederlandse geschiedenis bezig. Wie is toch
Wenzelburger, had Groen van Prinsterer in 1876 gevraagd," naar aanleiding van
diens artikel „Johann van Oldenbarneveld iind sein Procesz",^^ een soort re-
view-article over de nieuwste literatuur. Blijkbaar had de inhoud Groen nieuws-
gierig gemaakt, en met reden, want deze onbekende Duitser koos met grote
beslistheid zijn partij in het debat tussen Motley en Groen van Prinsterer over het
conflict van de bestandsjaren. Tot contacten tussen beide mannen is het niet meer
gekomen; enkele weken na deze publicatie is Groen gestorven. Wenzelburger
herdacht hem met sympathie in de „Preussische Jahrbücher".^'' Het hoofdwerk
van deze auteur werd echter de „Geschichte der Niederlanden", waarvan de twee
delen respectievelijk in 1879 en 1886 uitkwamen in de serie Geschichte der Eu-
ropaischen Staaten, onder redactie van Heeren, Ukert en Giesebrecht. Het boek
ging niet verder dan 1648, en bood dus in hoofdzaak een vaker verteld verhaal.
Wel mede daardoor trok het in Nederland geen grote belangstelling, al mocht
Wenzelburger wel enige lof oogsten voor ,,dit grondig en onderhoudend geschre-
ven werk".-^
Gegeven de omstandigheden was Wenzelburger niet zo'n slechte keus. Onder de
Nederlanders was in 1886 niemand te vinden, die in dezelfde mate vakbekwaam-
heid en geestverwantschap met elkaar combineerde. Het plan is echter naar het
lijkt niet verder vervolgd. We weten niet waarom, maar wel kunnen wij ons denken
dat Wenzelburgers benoeming zowel bij de achterban als bij zijn collega Abraham
Kuyper bevreemding zou hebben gewekt. Diende geschiedenis om de nationale
volkskracht te bevorderen, dan kon men achter deze katheder moeilijk een Duits
geleerde roepen. Buitenlanders kunnen hun aanstelling tot hoogleraar in de ge-
schiedenis pas krijgen, als nationalisme niet langer de voornaamste drijfveer tot
370
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's