Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 317
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
artikel van Sharrock uit 1945, dat verscheen toen Freeman haar hoofdstuk
over Bunyan al had voltooid,^! en dat wat dieper op de invloed van de
emblematici op The Pilgrim's Progress ingaat, wordt wel degelijk gewezen
op een inhoudelijke overeenkomst.^^ Hij constateert een opvallende gelij-
kenis tussen het eerste tafereel en één van Whitneys emblemen,^^ tussen
het tweede en een embleem van Antonius Wiericx,^^ en tussen het zesde en
een embleem van Quarles.^^ Ook bij het derde legt hij verband met Quar-
les.26
In tegenstelling tot Sharrock houdt D J . Alpaugh zich niet bezig met wat
Bunyan aan Quarles en anderen is verschuldigd. Hij probeert de betekenis
van de les, die Christen ten huize van Uitlegger ontvangt, uit te leggen.^^
Daartoe beperkt hij zich niet tot wat daar gebeurt en gebruikt hij het woord
embleem in de oneigenlijke betekenis van „any morally or theologically
instructive device which operates at least partially through a pictorial
effect".^* Embleem komt globaal overeen met ervaring en herinnerde
ervaring, en in die zin wordt bijvoorbeeld ook het Huis van Uitlegger als
zodanig later voor Christen een embleem.
In een recent artikel ziet David Robinson de episode bij Uitlegger als een
micro-structuur van het hele verhaal.^^ In zeer beknopte vorm worden we
geconfronteerd met Bunyans Calvinistische ideeën aangaande het Gena-
deverbond tussen God en mens. En daarom is de volgorde van de zeven
taferelen van wezenlijk belang. Zijn de eerste twee gericht op de verhel-
dering van Christens verleden, het derde fungeert als de overgang naar zijn
toekomst. Naarmate Christen vordert op de weg der Genade, is hij ook
beter in staat de betekenis van wat Uitlegger hem laat zien zelf te verklaren.
Robinson ziet een breuk tussen de eerste vijf taferelen, die in het teken
staan van de belofte, van de goede afloop van Christens reis, en de laatste
twee, die een waarschuwend karakter dragen en vooruidopen op wat
Christen zal overkomen in het Dal der Verootmoediging en in het Dal van
de Schaduw des Doods.^ Bunyan structureert de reeks met opzet op deze
manier volgens Robinson, want belofte en waarschuwing zijn beide nodig,
hoop en vrees vormen samen de juiste geesteshouding van de pelgrim. Al
met al vindt Robinson met Alpaugh de boodschap van Uitlegger van meer
belang dan de door hem aangewende emblematische methode.
Hoe heeft I.W. deze taferelen behandeld? Dat hij ze alle zeven (bladen
9-15) heeft behandeld, is op zich al een duidelijke aanwijzing dat hij het
emblematische uitgangspunt, dat het verhaal hem hier bood, ten volle
heeft benut. Maar dit bracht met zich mee dat toch wel een naar verhou-
ding zwaar accent kwam te liggen op de gebeurtenissen ten huize van
Uitlegger: zeven van de zesendertig bladen hebben daarop betrekking.^^
In het eerste tafereel ziet Christen een schilderij
van een seer deftigh Personagie/aan de muur hangen/en het stont op desa manier/en in
dit postuur: Sijn oogen waren Hemelwaarts op geheven/'t puyk van alle boeken had hy in
zijn hand/en de Wet der waarheyt was op sijne lippen/de Werelt was achter sijn rugge/en
hy had een gouden kroone boven zijn hoofd hangen.
(ed. 1684, blz. 57-58)
301
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's