Wetenschap en rekenschap - pagina 154
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I. A. D I E P E N H O R S T
neemt ieder voor zich in door bonhomie en sprankelende gedachten, zonder dat de
brug tot grote vertrouwelijkheid met velen wordt geslagen. Hoezeer de faculteit bij
alle verschil van mening, hem in ere houdt, moge blijken uit de aanvaarding van
Bianchi's axioma dat zijn geschiktheid voor studie, het nemen van een proef om
bestuurskwaliteiten vast te stellen, ten enen male verbiedt.
Dooyeweerd's leerling, H.J. Hommes (1930), sedert 1970 Van Eikema Hommes,
volgde deze in 1965 op voor de encyclopedie en voorde wijsbegeerte van het recht.
Hij had aan de Vrije Universiteit rechten en theologie gestudeerd, was in 1962
gepromoveerd op het proefschrift Een nieuwe herleving van het natuurrecht, en
hield zijn inaugurele oratie over De methodische betekenis van het rechtsbegrip. Hij
was een vruchtbaar, de gedachte van zijn meester, wiens diktaten hij ook opnieuw
uitgaf, uitwerkend auteur, een beslist aanhanger van de wijsbegeerte der wetsidee,
die steeds in de bres sprong, als hij ergens een aanval op het beproefde bolwerk der
calvinistische filosofie bespeurde. In 1972 kwamen uit De elementaire grondbe-
grippen der rechtswetenschap alsook de Hoofdlijnen van de geschiedenis der rechts-
filosofie en in 1976 verscheen De ingewikkelde grondbegrippen der rechtsweten-
schap. Met de transcendentale empirische methode als instrument, werd de ver-
binding tussen rechtsfilosofie en juridische vakwetenschappen gelegd. Slag op slag
blijkt de bijzondere vertrouwdheid met de literatuur; de overtuigdheid is niet
minder; de kennis van zaken doet soms werkelijk encyclopedisch aan. Wat echter
als men de uitgangspunten niet deelt? Deze worden welwillend, maar onverzette-
lijk en meer overtuigd dan overtuigend verdedigd, hetgeen wellicht sommigen ten
onrechte van verdere gedachtenwisseling weerhoudt.
De huidige senior in het civiele recht is de in 1963 aan de Vrije Universiteit op het
onderwerp Rechterlijke verantwoordelijkheid en wettelijke aansprakelijkheid ge-
promoveerde G.H.A. Schut (1930), die in 1965 inaugureerde over Presteren en
garanderen. Hij koesterde bijzondere belangstelling voor de meer fundamentele
problemen van het privaatrecht en schreef naast artikelen een paar monografieën:
Bezit geldt als volkomen titel (1910), Productieaansprakelijkheid (\974) en Rechts-
handeling, overeenkomst en verbintenis. Voor de Asser-serie bewerkte hij de koop-
overeenkomst. De hindernis van een niet al te sterke gezondheid zoveel mogelijk
overwinnend, is hij er in de faculteit altijd op gespitst de kwaliteit van onderwijs en
onderzoek hoog te houden, zich daarbij van een puntige dialectiek bedienend.
De in 1970 als ordinarius benoemde J. de Ruiter (1930) die in 1976 rector magni-
ficus der Universiteit was geworden, vertrok in 1977, en wel vanwege deelneming
aan het Ministerie Van Agt: hij werd Minister van Justitie. Hij had te Utrecht
gestudeerd, was er ook in 1963 gepromoveerd op Beschouwingen over de alge-
meenheid van goederen in het ontwerp B.W. en had vervolgens als rechter te
Zutphen belangstelling opgevat voor jeugd- en familierecht. De inaugurele rede
stelde aan de orde; Belangrijk bezoek — het kind tussen ouderlijke macht en
150
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's