Wetenschap en rekenschap - pagina 316
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J R VAN DE F L I E R T
in de tweede helft van de jaren zeventig een begin werd gemaakt.
Op deze wijze kon in het gezamenlijk onderwijs-gebonden onderzoek, waarin
stratigrafische, paleontologische, sedimentologische en structureel geologische
know-how van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit werden
ingebracht, directe aansluiting worden verkregen met de moderne geotektonische
inzichten. Daarmee gaat zich tegen het einde van de jaren zeventig een ander
beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis van de Betische Cordillera vertonen dan
tot nu toe gangbaar was. Dit beeld zal echter op zijn beurt weer moeten passen in
het beeld van de genese van de zeer complexe structuren in het Mediterrane
gebied als geheel op basis van het moderne plaattektonische model. Daarmee zal
echter tegelijkertijd dit model op zijn toepasbaarheid in dit cruciale gebied getoetst
moeten worden. De Vrije Universiteit heeft daarin een bescheiden aandeel dat
niettemin studenten en promovendi in de gelegenheid stelt ook hier op eigen wijze
aan het front van de moderne ontwikkelingen in de geologische wetenschaps-
beoefening te staan.
Ertskunde, petrologie en mineralogie
Wat de mineralogisch-petrologische hoofdrichting in de geologische wetenschap-
pen betreft, werd de ontwikkeling aan de Vrije Universiteit bepaald door de
achtergrond van Uytenbogaardt, overigens niet zonder verband met een bepaalde
fase in de ontwikkeling van het wetenschapsgebied zelf
Tot voor kort werden bij de mikroskopische beschrijving van stollings- en meta-
morfe gesteenten de ertsmineralen niet afzonderlijk gedetermineerd maar ge-
meenschappelijk als opake mineralen onder één noemer gebracht.
Dit hing samen met de analyse methode van deze gesteenten in het bestuderen van
slijpplaatjes bij doorvallend gepolariseerd licht onder een polarisatiemikroskoop.
Daarbij konden de karakteristieke optische eigenschappen van de bij deze door-
snede niet opake mineralen op betrekkelijk eenvoudige wijze worden herkend en
kon zo de minerale samenstelling van het gesteente, waarin de opake mineralen
meestal een minderheid vormden, worden bepaald.
Het werd echter steeds duidelijker dat deze ongelijke behandeling van opake en
niet opake mineralen opgeheven diende te worden terwille van een beter begrip
van de petrologische condities waaronder de verschillende gesteenten werden
gevormd in het algemeen en van de genese van de ertsen in het bijzonder,
uiteraard mede tengevolge van hun steeds groter wordende economische beteke-
nis.
Onder de microscoop moeten bij opake mineralen, in plaats van doorvallend licht,
de optischfe eigenschappen bij opvallend licht bepaald worden wat andere eisen
stelt aan het object dat bestudeerd wordt (polijstvlakken in plaats van dunne
doorsneden) en aan de (erts-)microscoop.
Uytenbogaardt had zich vóór zijn komst naar de Vrije Universiteit als één van de
eersten in de ertsmicroscopie gespecialiseerd terwijl zijn (veld-)ervaring vooral lag
op het gebied van de ertsgeologie van het Zweedse Precambrium, in hoofdzaak
310
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's