Wetenschap en rekenschap - pagina 382
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A TH VAN DEURSEN
ontzaglijk omvangrijke materie mogelijk is, kan men zeggen dat Van Schelven zijn
stof goed kent. In de literatuur over het internationale calvinisme was hij thuis als
geen ander. Als naslagwerk zal „Het calvinisme gedurende zijn bloeitijd" niet zo
spoedig vervangen worden.
De nadelen van de gekozen opzet zijn echter niet te verwaarlozen. Ten eerste zou
men van deze kerkhistoricus toch wel gaarne wat meer theologie hebben ontvan-
gen. Van Schelven vertelt dat er allerlei soorten calvinisme bestaan hebben, en uit
zijn verhaal wordt dat ook wel duidelijk, maar we missen een systematisch deel,
waarin het begrip calvinisme nader wordt omschreven en begrensd, of geschetst in
zijn historische ontwikkeling. Maar zelfs al zou het begrip calvinisme voor zichzelf
spreken, dan nog houdt het iets kunstmatigs, de invloed van een bepaald kerkge-
nootschap in een bepaalde staat te meten, en daarbij een beschrijving van dat
kerkgenootschap zelf in zijn eigenlijke functies angstvallig te vermijden.
Calvinistische kerken bestonden toch immers niet opdat ze invloed zouden uitoe-
fenen op cultuur, politiek en maatschappij. En juist als ze dat toch gedaan hebben,
kan een nadere beschrijving van innerlijk leven en theologie alleen maar verhel-
derend zijn. Natuurlijk ontkomt Van Schelven er toch niet aan. Wie wil duidelijk
maken hoe de puriteinen dachten over de rol van de staat, moet wel iets vertellen
over hun systeem van kerkregering. Maar het theologische en intern-kerkelijke is
niet een vast onderdeel van ieder hoofdstuk.
Ten tweede is Van Schelvens wijze van indeling uit praktisch oogpunt zeer nuttig,
als men over een gegeven land ge'informeerd wil worden. Van een kenner als Van
Schelven zou men echter gaarne ook een vergelijkende synthese hebben ontvan-
gen. Men kan begrip hebben voor zijn voorkeur en hem die gunnen, maar ook
binnen de gekozen opzet had het element van vergelijking versterkt kunnen
worden. Enno van Gelder betreurde het bij voorbeeld, dat niet beproefd was de
geldigheid van Webers vermaarde these over de samenhang van calvinisme en
kapitalisme land voor land in de diepte te onderzoeken.^ Inderdaad is dat een
gemiste kans: de werkelijke relatie tussen die twee had zo tot groter klaarheid
gebracht kunnen worden op de meest verhelderende manier, door nauwgezette
controle van de feiten.
Een belangrijk boek blijft intussen over, een van de belangrijkste zeker, die binnen
de subfaculteit geschiedenis aan de Vrije Universiteit tot stand zijn gekomen. Het
heeft gebreken, doch ,,beter op pad gaan en fouten maken dan niets doen", zoals
Van Schelven zelf de jaarvergadering van de Vereniging eens voorhield.' Alleen
reeds met dit boek heeft hij de beslissing van 1918 gerechtvaardigd, hem als
theoloog voor een gewone historische leerstoel te benoemen.
Meer bekendheid bij het grotere publiek heeft Van Schelven verworven met zijn
biografie van Willem van Oranje. Ze verscheen in 1933, en was geschreven in
opdracht van het herdenkingscomité. Gewoonlijk ging Van Schelven op dergelijke
verzoeken niet in. Hij erkende wel verplichtingen tegenover de achterban: zo zag
hij de beschrijving van het calvinisme als een hem opgelegde taak. Maar hij wilde
zelf beslissen hoe en wanneer hij zijn plichten zou vervullen. De Oranjebiografie
376
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's