Wetenschap en rekenschap - pagina 255
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
N A T U U R K U N D E EN S C H E I K U N D E
3.4.1. Het natuurwetenschappelijk wereldbeeld
In het voorgaande is de invloed van de techniek op de heroriëntatie van de
levensbeschouwing besproken. De invloed van de natuurwetenschap zelf en haar
wereldbeeld op de kerk staat centraal in de publicaties „Geloof en natuurweten-
schap I, 11",^ die in 1965 en 1967 verschenen. Een commissie, ingesteld door de
Synode van de Hervormde Kerk voerde een gesprek tussen theologen en natuur-
onderzoekers en brengt hiervan verslag uit in dit tweedelige werk.
De commissie vertelt in het voorwoord, dat zij „merkwaardig weinig gedrukt werd
door een werkelijke tegenstelling, een kloof, tussen natuurwetenschap en geloof,
die een aanvechting betekende voor het geloof'. Het uitgangspunt van deze
gesprekken is als volgt: „Wij hebben in de 19e en 20e eeuw te maken met een
door de secularisatie van God vervreemde mensheid. Deze secularisatie wordt
gevoed door de gereduceerde werkelijkheidsbeschrijving van de natuurweten-
schappen. Men begrijpt de natuurwetenschappelijke methode niet en concludeert,
dat zij het laatste woord heeft over dé natuur en dé werkelijkheid. In de natuur-
wetenschappelijke beschrijving is slechts plaats voor natuurwetten en statistiek en
daarin is niets van God of Schepper: vandaar „God is dood". De natuuronder-
zoekers hebben het misverstand in deze conclusie door een betere verklaring van
hun methoden, die niets over de totale werkelijkheid en dus ook niets over de
totaliteit van de schepping door een Schepper kunnen zeggen, onvoldoende uit-
gelegd. Of heeft de kerk te laat en te weinig naar de natuuronderzoekers gelui-
sterd?"
In deze betreurenswaardige stand van zaken wil de commissie het gesprek tussen
natuurwetenschap en theologie opnieuw voeren. In dit overleg komen dan de
bijbelse noties ,,de verhouding van God Schepper, schepping, mens, natuur, leven,
natuurwetenschap, samenleving, toekomst, geloofsethos, de wereld zoals die reilt
en zeilt" aan de orde. Deze dialoog duurt nogal lang vanwege de initiatio van de
natuurwetenschappers door de theologen in de „christelijke leer" en van de theo-
logen door de natuuronderzoekers in de denkwijze en methoden der exacte na-
tuurwetenschappen. Het laatste is nog moeilijker dan het eerste en er blijft een
asymmetrie in het gesprek tussen de twee groepen.
Toch vonden velen in de studiegroep elkaar „in de overtuiging dat een zeer
wezenlijk ontmoetingsveld van geloof en natuurwetenschap te vinden is in de
existentiële, niet vrijblijvende bezinning t.a.v. het handelen". Geloof, natuurwe-
tenschap en techniek drijven uit tot handelen. „In de vragen van het ethos ligt een
gemeenschappelijke ontmoetingsgrond voor theologen en natuuronderzoekers en
in onze discussies doken vragen hieromtrent telkens zowel fundamenteel als meer
specifiek op".
Het is onmogelijk om aan de bespreking van dit uitgebreide en degelijke werk in
het verband van dit opstel recht te doen, zie hiervoor.^' Ik volsta met enkele vragen
en opmerkingen.
Gaan de auteurs van de verschillende bijdragen niet alle uit van de onafhanke-
lijkheid van of de autonomie van de natuurwetenschap ten opzichte van bijbelse
251
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's