Wetenschap en rekenschap - pagina 53
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR T H E O L O G I E AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
(zie het vervolg) moesten de oudtestamentische vakken opnieuw worden verdeeld.
Hoedemaker nam de inleiding in het O.T. over.
Nadat ik aldus de eerste drie professoren aan de lezer heb voorgesteld — door de
tekening van hun theologische „inbreng" en van de hun aan de faculteit toever-
trouwde taak — dien ik in te gaan op hun bijdragen tot de wetenschap der theolo-
gie, die samen met de bijdrage van de in 1890 benoemde Geesink aan de facul-
teit gedurende de eerste twee decennia van haar bestaan haar gezicht hebben gege-
ven.
Van Kuyper zijn van fundamenteel belang zijn beschouwingen over het wezen en
de encyclopedische conceptie van de theologie.
Tevoren bleek reeds, dat Kuyper aan een duidelijke conceptie grote waarde
hechtte. Welnu, op de kardinale vraag, wat theologie is en hoe zij moet worden
gestructureerd geeft Kuyper een eerste antwoord van fundamentele aard in zijn
bekende rede over de hedendaagse Schriftkritiek.'* Ik stip uit deze rede enkele
saillante punten aan. Het specifieke van de theologie ligt daarin, dat haar object
zelf actief, tegelijk subject is: de zichzelf openbarende God. (p.6 v.) Dit is het
centrum van de theologie, dat de structuur van de theologie dient te bepalen.
Kuyper zegt daarover het volgende: „Wil men dus ook in de godgeleerdheid
onderscheiden tusschen studievakken, die haar hart raken en studievakken die een
ondergeschikte plaats innemen, dan beslist bij die schifting in hoofd- en neven-
vakken de kortere of verdere afstand waarop de vakken van dit theologische
centrum liggen. Haar hart is derhalve de dogmatiek en het verst naar den omtrek
liggen de critisch-letterkundige studiën, met in vaste constellatie de uitlegkunde,
de practicale godgeleerdheid en de kerkhistorie om het centrum heen. Juiste
verhouding eischt alzoo dat de krachten der beste theologen en de beste krachten
van de meeste theologen zich aan dien centralen, geestelijken arbeid toewijden, en
dat slechts een deel dier kracht en een evenredig gering deel van dien tijd, besteed
worden aan het bloot letterkundige. Zóó ligt het normale verband der deelen gelijk
het door het wezen zelf der theologie, krachtens haar beginsel encyclopaedisch
bepaald wordt. Maar juist dit verband nu rukt de hedendaagsche Schriftstudie
geheel uiteen; keert deze in de economie liggende orde om; maakt het onderge-
schikte hoofdzaak; onttrekt voor wat in den omtrek ligt de schoonste krachten,
knapste koppen en beste uren aan de centrale studie der Theologie, en is alzoo
oorzaak dat er een monsterachtig hydwcephaah het kind met het waterhoofd, uit
worde. Of wilt ge edeler beeld, spreek dan bij den aangerechten disch van een
lijnwaad waarin alle draden geteld zijn en op dat lijnwaad van gouden drink-
schalen, waarvan men elk vlekje en elk krasje op het allerzorgvuldigst heeft
opgeteekend, doch waarin, tot terging van de aanzittende gasten, de perelende
wijn ontbreekt."(p.7 v.)
Kuyper's grief tegen „de pleitbezorgers van de vivisectie der Schrift"is, dat zij de
prioriteit omkeren. Zij laten wat de hoofdzaak is in verband met de Schrift — het
openbaringsgehalte — vallen en zij maken wat bijzaak is — het literair-historische
49
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's