Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 123
Om de functie van mijn hoogleraren in mijn studietijd te
doen begrijpen, moet ik eerst vertellen dat ik als zestienja-
rige student aankwam na het afleggen van het eindexamen
H B S -B, over de uitslag waarvan mijn docenten meer dan
twee uur hebben vergaderd alvorens mij het diploma toe te
kennen De oorzaak daarvan was een groot verschil tussen
de resultaten in de exacte vakken en die aan de talenzijde
De discussie schijnt zich toegespitst te hebben over de
vraag of ik al rijp was voor verdere studie
Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat mijn studie
zeker in het begin iets vanzelfsprekends had een soort
voortzetting van het middelbaar onderwijs Des te opval-
lender IS het dat ik mij van een tweetal hoogleraren uit de
eerste jaren van mijn studie het een en ander herinner,
waarvan ik later dankbaar gebruik heb kunnen maken.
De ene was wijlen prof dr J F. Koksma, die door zijn
briljante presentatie van de stof, waarvanje thuis soms niet
begreep hoe het mogelijk was zó moeilijke stof zó eenvou-
dig te vertellen, mij eens en voor altijd heeft duidelijk
gemaakt, dat alleen een docent die met volle overgave en
groot enthousiasme zijn stof brengt, in het onderwijs op
succes mag rekenen Ik heb aan deze leermeester veel
moeten terugdenken toen ik later zelf als docent onderwijs
mocht geven
De andere is de hoogleraar G J Sizoo, die naast zijn vele
colleges natuurkunde op zijn zaterdagse college ons als
studenten kon bepalen bij de vraag wat we nu eigenlijk met
de natuurkunde aan het doen waren Ik herinner mij zijn
vraag of wij metal ons onderzoek een orde in de schepping
aan het tot stand brengen zijn, dan wel die orde slechts
bezig zijn te ontdekken En waar dat laatste het geval is,
kon hij er met verwondering over spreken, datje gelukkig
allemaal dezelfde boeken, dezelfde methoden en dezelfde
apparatuur kon gebruiken als zij die meenden die orde zélf
te scheppen Hij was het die op college sprak over het
gevaar dat de natuurwetenschappen worden overschat,
alsof je van alle dingen alles zou weten als je er mee bekend
zou zijn wat de natuurwetenschap daarvan weet Ander-
zijds waarschuwde hij voor onderschatting van de natuur-
wetenschappen, die zich voordoet wanneer je uit het oog
verliest welke invloed zij hebben op het denken en doen
van velen ook in andere wetenschappen
Het zijn deze twee hoogleraren uit mijn eerste studiejaren
die materiaal hebben aangedragen, waarmee ik later zelf
als docent met zin heb kunnen bezig zijn
In mijn latere studietijd heeft met name ook prof dr C C.
119
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's