Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 174
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
hanteerbaarheid wint door het weglaten van details. Maar hier gaat het om
zulke wezenlijke details dat zonder meer van een omissie kan worden
gesproken. Het systeem is niet compleet.
Ook kan kritiek geuit worden als het gaat om het relatieve belang dat aan
de onderscheiden elementen is toegekend en dat tot uitdrukking is ge-
bracht in de plaats die zij in het schema gekregen hebben. Zo lijkt het mij
dat de plaats van de bibliotheek in het geheel toch een te grote afstand tot
de gebruiker/ontvanger vertoont, althans indien wij ons een communica-
tiesituatie voorstellen waarin universiteitsbibliotheken betrokken zijn.
Voor deze is het immers dagelijkse praktijk dat er een onmiddellijk contact
(over kleine afstand) met een grote schaar gebruikers bestaat. Het gaat
daarbij meestal om een ander type gebruikers dan waar Neubauer c.s.
vanuit gingen. Het lijkt erop dat een model van het systeem vrij sterk
afhankelijk is van het type gebruiker dat als uitgangspunt genomen wordt.
Voor N. was dat het type in „Forschung und Entwicklung". Dit verklaart
ook de vooraanstaande plaats in hun model van een lAC en van de
documentatie als zelfstandige elementen of kanalen.
Verplaatsen wij ons in een model met de gebruikers uit de sfeer van
universiteiten als uitgangspunt, dan blijkt dat model er op essentiële pun-
ten anders uit te zien. Vooralsnog is mijn conclusie dat een universeel
model van het systeem van wetenschappelijke communicatie slechts kan
bestaan uit enkele zeer gegeneraliseerde elementen en hun onderlinge
relaties. Afhankelijk van het type participanten kan pas tot verdere de-
taillering worden overgegaan. Zelfs binnen de wereld van universiteit en
hogeschool moet al met uiteenlopende categorieën van participanten re-
kening worden gehouden, categorieën die elk hun eigen communicatiege-
drag vertonen. Niet alleen is er wat dit betreft een aanmerkelijk verschil
tussen studenten in een leersituatie en stafleden in een situatie van zelf-
standig onderzoek (al dan niet onderwijsgebonden), er is wellicht een nog
groter verschil tussen de vertegenwoordigers van uiteenlopende vakgebie-
den. Kan men in het algemeen stellen dat de communicatiesituatie in
universiteiten vergeleken met die in speur- en ontwikkelingswerk geken-
merkt wordt door veel meer,zelf doen' (en dus een veel ondergeschikter rol
van lAC en documentatie, zo die er al bestaan), binnen de kring van
instellingen voor wetenschappelijk onderwijs stijgen de neiging en de
noodzaak tot zelf doen naarmate men van de medische, technische en
bèta-sfeer via de sociale wetenschappen bij de humaniora belandt.^
Voor de participanten in de sector speur- en ontwikkelingswerk mag dan
de bibliotheek een van de vele en verre kanalen zijn in het communicatie-
systeem, gemiddeld ligt dat bij de wetenschapsbeoefenaren van de uni-
versiteiten anders en bij bepaalde categorieën onder hen (die van de
humaniora m.n.) gehéél anders.
Met andere woorden: in een systeemmodel van de wetenschappelijke
communicatie, ontworpen vanuit de universitaire participanten, zou de
wetenschappelijke bibliotheek een veel omvangrijker plaats innemen op
158
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's