Wetenschap en rekenschap - pagina 254
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C C JONKER
opzichte van de christelijke leer. Deze gedachtengang past bijzonder goed in een
veel bredere ontwikkeling die in de jaren 50 is opgekomen en die secularisatie^'
genoemd wordt. Hiermede wordt „een fundamentele verandering in de mense-
lijke ervaring van het zijn in de wereld" aangeduid. Niet alleen de wetenschap,
maar ook de opvoeding, de ethische normen en de politiek trekken weg uit de
traditionele door de godsdienst beheerste ordening, die het gehele leven omvatte.
De christelijke leer verliest haar doorslaggevende autoriteit en wordt veel minder
belangrijk geacht dan het christelijk handelen, met name het politiek handelen.
Men zegt, dat de mens mondig geworden is. De mondige burger beslist zelf,
zonder naar de autoriteit van de kerk, de wetenschap of de traditionele moraal te
vragen. Hij is zelf verantwoordelijk voor de wereld.
Voor de hierdoor veroorzaakte culturele en religieuze crisis zijn vele oorzaken aan
te wijzen. In onze beschouwingen is van belang of de exacte natuurwetenschappen
voor deze ontwikkeling verantwoordelijk zijn. Hoewel dit zeker voor een deel het
geval is, zie ook 3.4.1., lijkt het mij dat een veel grotere invloed is uitgegaan van de
technische schaalvergroting. Hierbij is het verhelderend om twee fasen in de
waardering der techniek na de tweede wereldoorlog te onderscheiden. In de eerste
15 a 20 jaar is er wel de bedreiging van de atoombom, maar een optimistische
houding ten opzichte van de techniek overheerst. Men profiteert in het westen van
de enorme mogelijkheden van de technische ontplooiing en beleeft een overvloed
en een rijkdom als nooit tevoren. De wetenschap is nog in hoog aanzien en
iedereen wil er direct of indirect van profiteren. In de tweede helft van de jaren
zestig worden, mede door de gevolgen van de bevolkingsexplosie, de gevaren van
de technische ontwikkeling zichtbaar. De enorme groei van de industrie veroor-
zaakt milieubederf en misbruik van grondstoffen. De angst voor de gevolgen van
de techniek bevangt grote groepen van mensen en in de jaren zeventig richt zich de
spits van die angst op de nucleaire vernietigingswapens en het stralingsgevaar van
de kerncentrales.
In beide perioden is de techniek een ondersteuning van het zelfgevoel van de
mondige, zelfstandige, onafhankelijke mens. Eerst is hij de mens, die onbegrensde
mogelijkheden creëert, dan de mens, die het opgeroepen gevaar moet beheersen.
Deze beheersing geeft opnieuw aanleiding tot autoriteitsconflicten: Wie beheerst
de opleiding in de wetenschap en techniek èn wie beheerst de beslissingen over de
toepassingen van de wetenschap? Het eerste conflict is uitgelopen op de demo-
cratisering van de universiteiten. In het tweede conflict is de strijd tussen de
toegepaste wetenschap, de industrie, de politiek en de actiegroepen nog niet
beslecht.
In deze strijd krijgen de ethische vragen zo'n nadruk dat zij het denken en
handelen van de natuuronderzoekers, die de technische toepassingen immers in
principe mogelijk maken, beheersen. De oude vragen over de autoriteit van de
wetenschap tegenover de autoriteit van de bijbel verzinken in het niet tegenover de
actualiteit van de overlevingskansen van de mensheid.
250
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's