Wetenschap en rekenschap - pagina 180
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
M KUILMAN
gehele psychiatrische diagnostiek in twijfel werden getrokken. Tegenover het
bespiegelende werk van de psychopatholoog stond de praktische benadering van
een mathematische methode met haar in maat en getal vastgelegde resultaten. De
aloude beschouwingen van de psychopatholoog over primaire en secundaire ver-
schijnselen, over de structuur en het wezen van de fenomenen maakt plaats voor
uitspraken over clusters en distributiecurven, over scores en significanties. Het valt
niet te ontkennen dat deze moderne benadering in menig opzicht niet zonder
succes is geweest. Bovendien heeft ze op het terrein van de psychiatrie tot een
doeltreffende sanering geleid.
De verleiding zal worden weerstaan om hier nader in te gaan op de verdiensten en
de manco's van de zojuist geschetste methode. Volstaan wordt met de constatering
dat de positie van de psychopatholoog er in de zestiger jaren niet benijdenswaar-
diger op werd. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat na de dood van Janse de
Jonge een afzonderlijke leeropdracht voor de psychopathologie overbodig wordt
geacht. De nieuwe situatie die aldus ontstond was echter niet zonder risico's. De
annexatie van de kliniek en de psychopathologie door het operationalisme en de
mathematiek voerde licht tot een ontkenning of simplificering van een aantal
fundamentele problemen. Zulke simplificaties worden bijvoorbeeld zichtbaar in
de wijze waarop kenmerken en variabelen die met het gedrag en het beleven te
maken hebben terwille van de ,,interrater reliability" worden gedefinieerd en
gescoord. Er zal bijna een decennium voorbijgaan voordat de koortsachtige ex-
pansie van de mathematisering met zijn overvloedige productie wijkt voor een
zekere bezinning. De onderhavige methoden blijken hun beperkingen te hebben.
Men keert terug tot het begin. In dat verband herleeft de belangstelling voor de
functie van het waarnemen en de hoedanigheid van het waargenomene. De
fenomenologie komt weer in beeld en haar groeiende populariteit aan het eind van
de jaren zestig houdt gelijke tred met de opmars van de humanistische psycho-
logie. Aldus is de situatie wanneer we het zevende decennium van deze eeuw
ingaan.
We keren terug tot de deeltaken die eerder werden genoemd en waarvan er
inmiddels twee zijn geschetst: de klinische psychiatrie en de psychopathologie. De
derde en laatste deeltaak heeft betrekking op de rechtvaardiging van het adjectief
in het inmiddels vertrouwd geworden begrip „anthropologische psychiatrie".
Verschillende vragen komen in dat verband aan de orde. In hoeverre geldt de
anthropologische visie als een prerogatief van de psychiater, c.q. van de psycho-
patholoog? Is zij slechts van toepassing op de psychiatrie, heeft zij betrekking op de
geneeskunde of op alle menswetenschappen? Of valt zij buiten het terrein van de
vigerende empirische wetenschapsbeoefening? Wij zagen reeds dat de positie van
de psychopatholoog in het geding is gekomen dankzij het feit dat zijn werkwijze en
zijn producten de toets van een op empirisch wetenschappelijke benaderingen
toegespitste methodologie in vele opzichten nauwelijks heeft weten te doorstaan.
Het ligt voor de hand dat de evidentie waarop de Daseinsanalytici de geldigheid
176
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's