Wetenschap en rekenschap - pagina 469
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
S O C I O L O G I E , N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
machtige gever. Het is een theorie waarin alle menselijke goedheid als baatzucht
ontmaskerd wordt.
De periode 1950-1965 kenmerkt zich voornamelijk door een uitbouw van de
sociologie in de richting van theorieën op middelbaar abstractieniveau en een
zeker exploratieverlangen, waardoor er nauwelijks een terrein meer was waarop
zij niets te zeggen had, althans niets gezegd hééft.
Toch begon in deze zelfde periode al de voorbode van het gemor van ontevre-
denheid te klinken. Dat kwam met name sterk tot uiting in de belangstelling voor
het verschijnsel conflict, desnoods alleen met de bedoeling van conflictoplossing.
De gezapigheid van het met noeste vlijt telkens nieuwe terreinen ontginnen en
nieuwe speciale sociologieën entameren, zoals godsdienstsociologie, economische
sociologie, stratificatie en mobiliteit, immigratie en emigratie enz. enz., deed
sommigen (velen?) verlangen naar onderwerpen die opwindender waren. In dat
gat in de markt viel de conflictsociologie van R. Dahrendorf. Marx werd in deze
periode door weinigen als socioloog gezien, doch voornamelijk als filosoof en
politiek-econoom. Bovendien logenstrafte de ontwikkeling van de samenleving
een aantal leringen en voorspellingen van Marx." Men sprak over het einde van de
klassen en de klassenstrijd: kortom een klimaat dat niet groeizaam was voor het
Marxisme in de wereld der wetenschap. Velen ervoeren het echter als een sfeer van
landerigheid waarin zij nochtans hoopten op beter dagen. Toen dan Dahrendorfs
boek „Soziale Klassen und Klassenkonflikt" in 1957 verscheen, welks auteur uit
een Marxistisch nest kwam en zijn Marx door en door kende, over hem zijn
proefschrift had geschreven en in dit boek ook zijn vertrekpunt nam in Marx,
kreeg dit zeer grote belangstelling, ook al bleek hij inmiddels overtuigd liberaal te
zijn geworden.^* Daarom wilde hij een nieuwe klassentheorie. In ieder geval wilde
hij geen „Widerlegung ohne Überwindung" (titel van de eerste paragraaf van
hoofdstuk III) van Marx: hij wilde derhalve de stilstand doorbreken, boven Marx
uitstijgen door het klassebegrip niet tot het economische te beperken en alles weg
te laten „was Marx falsch sah" en „was Marx übersah". Hij legde het accent op het
begrip macht (destijds ook zo'n taboeachtig begrip in de sociologie) waar Marx het
op het bezit van de productiemiddelen gelegd had, hetgeen in wezen niet zo'n
groot verschil uitmaakte omdat die bezitters destijds duidelijker konden worden
aangewezen en in feite de economische macht bezaten. Voor het overige was
Dahrendorfs theorie rijkelijk abstract en vaag en bleek zijn Überwindung van
Marx een te hoge en dus niet bereikte pretentie. Hij vergeleek behalve met Marx
ook met Parsons, die hij uitstekend achtte voor integratieverschijnselen (voorna-
melijk op het in 1951 verschenen „r/ïe Social System"htï\\s\.end), maar daarnaast
achtte hij zijn eigen theorie nodig voor conflictverschijnselen.
Er kan natuurlijk van alles worden aangemerkt op Dahrendorf, maar zijn invloed
in de jaren vijftig op de sociologie mag men niet onderschatten, vooral ook doordat
zijn werk in het Engels vertaald werd. Hij gaf nieuwe hoop aan de Marxgezinden,
daarnaast vestigde hij de aandacht in sterke mate op desintegratieverschijnselen,
op veranderingen die met conflict en strijd gepaard gingen en vooral ook op het
463
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's