Wetenschap en rekenschap - pagina 455
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
SOCIOLOGIE, N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
DE SOCIOLOGIEBEOEFENING IN NEDERLAND TOT 1950
Wij moesten volstaan met een korte schets van enkele belangrijke, invloedrijke
figuren uit de geschiedenis van de sociologie; er zijn twee voortreffelijke Neder-
landse boeken over de geschiedenis van de sociologie (de aangehaalde boeken van
Goddijn c.s. en van Rademaker en Petersen) en daarnaast zeer uitgebreide in het
Engels en het Duits. Voor de Nederlandse geschiedenis zijn wij aangewezen op dat
van Bovenkerk c.s. en het uitstekende boek van Van Doorn.'"
Men zou kunnen zeggen dat in het midden van de vorige eeuw in Nederland een
paar schuchtere aanzetten tot de sociologie tot stand zijn gebracht, maar dat zij
toch van uiterst beperkte betekenis zijn geweest en ook geen invloed hebben gehad
op de Nederlandse sociologiebeoefening. Hun namen worden van tijd tot tijd wel
eens genoemd of— beter gezegd — het geschrift waarin die aanzet tot uitdrukking
komt, meer uit curiositeit dan om de belangrijkheid ervan. Tot hen behoren J. de
Bosch Kemper met zijn boek Handleiding tot de kennis van de wetenschap der
zamenleving en van het Nederlandsche staatsregt. Deel 1 De wetenschap der
zamenleving (Amsterdam, 1863), enkele redevoeringen van H.P.C. Quack, nl.
Staat en maatschappij (1868), Bouw en samenstel der maatschappij (1875). Op
Anema komen we terug in het hoofdstuk over de sociologiebeoefening aan de
Vrije Universiteit. D. van Embden schreef in 1901 een dissertatie over „Darwi-
nisme en democratie. Maatschappelijke vooruitgang en de hulp aan het zwakke"
waarover Van Doorn zegt: „De eerste Nederlander, die tot een waarlijk systema-
tisch en daarbij verrassend modern aandoend inzicht in de sociologie kwam
w a s . . . David van Embden, die . . . na een kritisch overzicht van binnen- en
buitenlandse prestaties, een beknopt maar briljant systeem van sociologische
kernbegrippen ontwikkelde." (p. 29). Nog meer wordt geprezen het boek van F.C.
Gerretson, geschreven in 1911 met als titel „Prolegomena der sociologie", maar
het heeft geen invloed gehad en het is te laat teruggevonden. In een kleine 100
bladzijden heeft de zeer jonge Gerretson de geschiedenis van de sociologie, haar
indeling, een objectomschrijving, haar methoden beschreven, gepaard gaande met
zijn zeer persoonlijke en zelfstandige kritiek, die ook de zeer groten in het vak niet
spaarde. Hij had ook niets achter zich staan: er was immers geen sociologische
opleiding in Nederland. Nog vóór Steinmetz het woord gebruikte bediende Ger-
retson zich van de term sociografie, maar hij reeds wees erop dat sociografie slechts
een onderdeel van de werkzaamheden van de socioloog kon zijn en geen afzon-
derlijke wetenschap. Aan de discussie aan het eind van de jaren vijftig die met
name het zelfstandig bestaan van de sociografie ondergroef, zijn zowel het woord
als de visie dat zij een zelfstandige wetenschap was, ten onder gegaan.
Hoe curieus zij ook mogen zijn, wij moeten de inzichten van Gerretson hier verder
laten rusten. Vermelden we hier alleen nog dat de eerste hoogleraar met sociologie
in zijn leeropdracht (daarnaast nog criminologie) in 1922 A.A. Bonger werd (aan
de Universiteit van Amsterdam). Hij was van historisch-materialistischen huize en
449
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's