Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 229

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 229

2 minuten leestijd

,,Zal ik maar beginnen?

Ik ben Engels gaan studeren in 1975, maarre, dat was niet

geheel overtuigd, 't had iedere taal kunnen zijn; ik herinner

me dat ik in mijn inschrijfformulier het vak tweemaal heb

doorgestreept; één keer stond Nederlands bovenaan,

Frans heeft ook bovenaan gestaan, en uiteindelijk is het

Engels geworden, want daarvoor had ik het hoogste cijfer

op mijn eindexamenlijst, het is bovendien een wereldtaal

en ik was er zeker van dat ik een taal wilde doen.

Ik ben op het ogenblik erg blij Engels te zijn gaan studeren.

Ik heb veel vrienden die Nederlands en Frans studeren, en

als ik ze nu hoor, dan denk ik: ik zit toch wel goed. Maar

misschien, als ik met Nederlands of Frans was begonnen,

dat het ook goed was uitgevallen; maar ja, dat weetje toch

nooit."

Hiermee opende mejuffrouw Liesbeth Lenderink het ge-

sprek dat ik gedurende diverse uren met drie studenten van

de Vrije Universiteit voerde.

Het is duidelijk dat in een boek over de Vrije Universiteit

de studenten niet mogen ontbreken. Natuurlijk is drie op

de meer dan tienduizend studenten die de V. U. tegenwoor-

dig telt zelfs geen percentage en garandeert slechts een

impressie. Maar ieder begrijpt dat binnen de opzet van dit

boek aan een zekere willekeur — om deze paradox hier te

gebruiken — nu eenmaal niet te ontkomen valt, evenmin

als aan het feit dat in zo'n gesprek van de veelheid van

onderwerpen slechts enkele ter sprake konden komen.

Maar daarover kon dan ook open gesproken worden naar

aanleiding van vragen die we na kennismaking in onder-

ling overleg hadden vastgesteld.

Op advies van anderen had ik voor dit gesprek uitgenodigd

de heer Warner Bruins Slot (1954), kandidaat in de

economie, en de heer Jan Lanser (1958), eveneens kandi-

daat in de economie, die elkaar niet kenden, terwijl een van

hen suggereerde mej. Liesbeth Lenderink (1957), kandi-

daat Engelse letteren en studentenassistente, aan het

gesprek te doen deelnemen.

Als gesprekspartners vormden zij, ondanks alle verschei-

denheid, een eenheid, gegeven ook de slotopmerking van

dit interview.

Het eigenlijke gesprek was verdeeld over twee dagen, en

hoewel we elkaar niet of nauwelijks kenden, had dit

gesprek voor mijn gevoel als resultaat dat we aan het einde

van onze conversatie toch niet enkel meer vreemden voor

elkaar waren. We begonnen met de vraag:

225

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 229

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's