Wetenschap en rekenschap - pagina 297
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE A A R D W E T E N S C H A P P E N AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
wetenschapsbeoefening en het leggen van hechte fundamenten voor een goede
onderzoektraditie in de aardwetenschappen. Deze omstandigheden hebben ge-
maakt dat de bijdrage van de Vrije Universiteit aan de wetenschapsbeoefening
nationaal en internationaal tot nu toe betrekkelijk bescheiden is geweest en dat de
ontwikkeling naar een eigen plaats en gezicht langer heeft geduurd en duurt dan in
een andere situatie verwacht had mogen worden.
DE VERENIGDE SUBFACULTEITEN EN HET INSTITUUT VOOR AARDWE-
TENSCHAPPEN
Structureel heeft tweeërlei ontwikkeling de mogelijkheden en de grenzen van de
wetenschapsbeoefening bepaald en daarmee de aardwetenschappen aan de V.U.
een „eigen" gezicht gegeven.
De eerste kwam van binnen uit doordat, vooral onder leiding van A.J. Wiggers,
tégen traditionele tegenstellingen van „feindliche Briider" als fysisch geografen en
geologen in en ondanks de uit de traditionele universiteitsstructuur voortkomende
bezwaren, een nauwe samenwerking werd tot stand gebracht tussen de in de
natuurwetenschappen gewortelde tak van de interfaculteit voor de aardrijkskunde
en prehistorie, de subfaculteit der fysische geografie, èn de subfaculteit der geo-
logie en geofysica van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen. Als
„Verenigde Subfaculteiten der Geologie en der Fysische Geografie" bestuurlijk
gestructureerd werden zij in het,,Instituut voor Aardwetenschappen" als eenheid
van beheer in het gebouw van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen
ondergebracht. Deze ontwikkeling, die overigens beheerstechnisch goed paste in
het algemene (bouw-)beleid van de V.U., heeft, behalve voor het onderwijs, ook
voor de wetenschapsbeoefening ingrijpende consequenties gehad die zonder
twijfel ook bij verdere ontwikkeling zullen blijven doorwerken, bijvoorbeeld in de
taakverdeling tussen de Nederlandse universiteiten.
En daarmee komen we dan als vanzelf tot de tweede, nu van buitenaf komende
ingrijpende ontwikkeling die de wetenschapsbeoefening op het gebied van de
aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit in het bijzonder heeft bepaald: de
,,Landelijke Herstructurering Aardwetenschappen" (aardwetenschappen hier in
beperktere zin gebruikt, lees: geologische, geofysische en geochemische weten-
schappen).
Wanneer in 1960 de wis- en natuurkundige faculteit aan de V.U. wordt afgebouwd
met de subfaculteit geologie wordt die ontwikkeling niet overal in den lande met
gejuich begroet. Lijken enerzijds de misverstanden omtrent de aard van de we-
tenschapsbeoefening aan de V.U. in die tijd in brede kring toch ook nog groot te
zijn, er leeft eveneens de zorg dat met vele varkens de spoeling dun zal worden en
dat er, althans wat de geologie betreft, in Nederland grenzen aan de groei zijn.
293
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's