Wetenschap en rekenschap - pagina 388
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A TH.VAN DEURSEN
(C I 50). Ook zijn er thans biografieën van Pierre L'Oiseleur de Villiers, Sibran-
dus Lubbertus, Johan van Oldenbamevelt en Daniël Gerdes, terwijl er eveneens
een boek verschenen is — al is het geen biografie — over Willem de Clercq. Twee
van deze onderwerpen, Lubbertus en De Clercq, zijn bewerkt door leden van het
Gezelschap. Geen overweldigende score op een totaal van 150 nummers. De lijst is
nu vooral belangrijk als tijdsbeeld. Wat zag men toen als urgenties, en welke
desiderata waren te voorschijn gekomen uit ruim twintig jaar historisch onderzoek
aan de Vrije Universiteit?
De gegeven voorbeelden suggereren reeds, dat er voorkeur bestond voor het
concrete, vooral het biografische. Men lijkt in 1941 nog met dezelfde vragen bezig
als in 1900. Wel is er weinig te vinden over diplomatieke betrekkingen, maar dat
bracht de taakstelling ook niet zo mee. Détailonderzoek is de leidende gedachte.
De inleiding betoogt ook nadrukkelijk, dat men algemene problemen het best kan
benaderen door grondige bestudering van een onderdeel." We zien het vooral in
de serie onderwerpen over de schoolstrijd, die niet minder dan 25 nummers heeft
gekregen. Evidente invloed van Goslinga, zoals voor de zestiende en zeventiende
eeuw het frequent opduiken van de term calvinisme het onderzoeksprogram van
Van Schelven signaleert. De achttiende eeuw is tussen die twee hoofdtijdvakken
wat weggevallen.
De zeventien onderwerpen op het gebied van de theorie zijn de interessantste, in
zover ze ons doen zien wat men als centrale vragen beschouwde. „Wat is de
calvinistische opvatting omtrent de verhouding van cultureele, politieke en eco-
nomische geschiedenis", vraag A 5. „Het object der geschiedwetenschap van
christelijk standpunt gezien" wordt verlangd onder A 6. Bedoeld werd, „of een
christelijke beoefening der geschiedwetenschap Gods leiding in de geschiedenis
aan den dag moet en kan brengen". A 1 vraagt naar de mogelijkheden van een
wereldgeschiedenis, terwijl A 11 de oorsprong wil weten van de leus „de God van
Nederland". Met de meeste van deze vragen zijn we niet veel verder gekomen.
Deels zijn christelijke historici hun taak anders gaan zien, deels moeten zij erken-
nen dat de vragen van 1941 nog op een antwoord wachten.
Een handicap was natuurlijk wel het kleine aantal eigen discipelen van de Vrije
Universiteit, van wie slechts enkelen promoveerden. Dikwijls zochten ze aanslui-
ting bij het onderzoek van hun hoogleraren, het duidelijkst wel D. Langedijk in
1937, met „De schoolstrijd in de eerste jaren na de wet van 1857". Waarschijnlijk
ontbraken er toch nog enkele komma's, want het onderwerp prijkt even goed op de
leemtenlijst van 1941 . . . Smitskamps dissertatie over Groen van Prinsterer als
historicus springt er uit, maar op hem komen we later terug.
Nijmegen en de Vrije Universiteit
Doch voor we naar de volgende periode gaan, willen wij nog één mogelijkheid
benutten om de historische bedrijvigheid aan de Vrije Universiteit nauwkeuriger
382
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's