Wetenschap en rekenschap - pagina 212
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H. L, LANGEVOORT
Huisartsgeneeskunde
De huisartsgeneeskunde als specialisme ontstond, toen bij de wijziging van het
academisch statuut in 1967, een aparte opleiding van 1 jaar tot huisarts voorge-
schreven werd — na de vastgestelde studie van 6 jaar — voor degenen die dit beroep
wilden gaan bekleden. In 1970 begon de huisartsgeneeskunde als zelfstandig
vakgebied aan de Vrije Universiteit.
De activiteiten van de vakgroep concentreren zich op de integratie van diverse
losstaande onderdelen in de opleidingen en op een betere afstemming van de
opleiding op de functie van huisarts in de gezondheidszorg. In dit kader bestaat
een goede samenwerking met de vakgroep gedragswetenschappen.
De belangrijkste vraag daarbij is: op welke wijze kan in de werkwijze van de
huisarts een synthese worden aangebracht tussen de methoden van de genees-
kunde (het nosologisch systeem), de integrale aspecten van het ziek-zijn en het
proces van hulpverlening, dat plaats vindt in het contact arts-patiënt.
In dit verband zijn een aantal aandachtsvelden geformuleerd:
1. De methode van werken van de huisarts.
2. De toepassing van medisch-biologische kennis door de huisarts.
3. Het persoonlijk functioneren van de huisarts in de hulpverleningssituatie.
4. Het samenwerken van de huisarts met andere „eerstelijns" hulpverleners en met
specialisten in het hulpverleningsproces.
Een eerste aanzet hiertoe is ontwikkeld in de studie; Hoe helpt de dokter? (1915).
Medische chemie
De hoofdlijn van het wetenschappelijk onderzoek richtte zich aanvankelijk op de
veranderingen in de samenstelling van plasma-eiwitten onder pathologische om-
standigheden. Analyse van plasma-eiwitten met behulp van een in het laborato-
rium zelf ontwikkelde electroforesetechniek, bleek in een aantal gevallen een goed
diagnostisch hulpmiddel.
Met de uitbreiding van de wetenschappelijke staf verbreedde zich de belangstel-
ling: aandacht werd gegeven aan de invloed van farmaca op de stofwisseling van
hersenweefsel en dit leidde tot belangstelling voor de betekenis van siaalzuur en
sialoglycoproteïnen in hersenweefsel en andere organen.
Het onderzoek vertoont thans twee hoofdlijnen:
Onderzoek naar de biosynthese, structuur en functie van glycoconjugaten. Dit
onderzoek is van belang in verband met de betekenis, die gehecht moet worden
aan de koolhydraatketens in de glycolipiden en glycoproteïnen. Deze koolhy-
draatketens, zo is gebleken, zijn bepalend voor de mogelijkheden tot interactie
tussen cellen onderling, voor de opname van biologisch belangrijke stoffen, zoals
hormonen en enzymen, door cellen en voor het transport van deze stoffen door
celmembranen. Conclusies uit deze studies leiden tot het verdiepen van het inzicht
in de ontstaanswijze van kanker, een aantal immunopathologische verschijnselen,
ziekten veroorzaakt door abnormale enzymen e.d.
De tweede hoofdlijn, welke overigens vele raakvlakken heeft met de eerste, is het
208
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's