Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 67
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
verhandelen. Ook mocht een Rijksbibhothecaris niet zonder toestemming
van Curatoren het land verlaten. De nauwkeurige Wille nam geen van
beide bepalingen in de Instructie op.
Voor de heer T.D. Smid maakte Wille de Instructie voor Assistenten.
Volgens artikel 2 moeten de assistenten instemmen met de beginselen der
Vrije Universiteit, uitgedrukt in art. 2. van de Statuten der Vereniging.
Artikel 3 somt de werkzaamheden op waarmee de heer Smid zich ook in
1960 nog bezig hield. De assistenten „verrichten met ijver en nauwgezet-
heid onder leiding en toezicht van den Bibliothecaris, en naar zijn voor-
schriften, alle werkzaamheden, die deze hem opdraagt. Met name behoort
daartoe de boekhouding; de registrering, de nummering en ordening der
boeken; de catalogiseering; de verzorging der onder de hoogleeraren
rondgaande portefeuilles met tijdschriften; de verstrekking van boeken in
de leeszaal; het uitleenen, verzenden, terugvragen, terugontvangen der
boeken, en de administratie daarvan; een deel der correspondentie; voor-
lichting der bezoekers, en toezicht op dezen".
De catalogisering bleef geschieden volgens het systeem dat Breen in 1895
invoerde en dat bestond uit met de hand geschreven kaarten die in een
alfabetisch en een systematisch systeem werden beschikbaar gesteld. Het
verhoogde budget waarom de hoogleraren van de literaire faculteit hadden
gevraagd, kwam er niet. De uitgaven stegen van 1,5% van de totale uni-
versitaire uitgaven tot het dubbele, maar dat was vooral nodig voor de
hogere salarispost. In 1930 was het percentage 2,3% en in 1933 bereikte het
een maximum van 3,5%. In dat jaar werd met ƒ 10.998,70 voor de eerste
keer de tien-duizend grens overschreden. Deze cijfers staan in schrille
tegenstelling tot die van de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Daar
waren van 1923-1940 drie faculteiten evenals bij de V.U. in de jaren
1880-1930. Voorde bibliotheek werd te Nijmegen in die tijd van 25 tot 31%
van het totale universitaire budget uitgegeven. In plaats van ƒ 11.000,—
werd daar zestigduizend gulden aan de bibliotheek besteed.*^
Het verschil moest de student en hoogleraar van de Vrije Universiteit
maar bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam gaan halen.
De dames zorgden echter voor een lichtpunt. Bij de actie der mannen-
broeders voor de uitbreiding van de V.U. vond mevrouw S. Verdam-Okma
dat de vrouwen ook iets voor de universiteit konden doen. Zij begon geld in
te zamelen voor een eigen jubileum-gift bij het halve eeuwfeest in 1930. Dit
bracht achtduizend gulden op die voor de bibliotheek werden bestemd. Uit
deze gift voor de bibliotheek is toen Vrouwen V.U.-hulp ontstaan. Het zou
veertig jaar duren voor Vrouwen V.U.-hulp nog eens, en dan zeer royaal,
aan de bibhotheek zou denken.
Een ander lichtpuntje was het door Wille en Smid ontwikkelde jachtin-
stinct voor laag geprijsde waardevolle boeken. Directeuren hebben de
buikriem van de bibliotheek strak aangehouden. Maar waar voor kwanti-
teit geen enkele mogelijkheid werd geschapen, daar zorgden Wille en Smid
beide voor een opmerkelijke kwahteit.
51
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's