Wetenschap en rekenschap - pagina 143
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE J U R I D I S C H E FACULTEIT (1880-1980)
Hiertegenover werd in De aangevochten staat (1972) de publieke orde, de door
God gewilde tweeslag van gezag en vrijheid stevig overeind gehouden. Het was
onjuist de staat tot instrument van maatschappelijke overheersing door de feitelijk
sterkste groepen te verklaren; men vernietigde hem aldus. Recht tot verzet, dat
beperkt, recht tot omwenteling dat radicaal van strekking was, ze bestonden in
gebondenheid aan niet autonoom vastgestelde normen. Wel had zich een even
formidabel als ontstellend probleem door het ter beschikking komen van de
kernenergie in relatie tot de staat voorgedaan. Mocht met elk middel een van
zelfbeperking wetende staat tegen absolutistische, de vrije geest knechtende, regi-
mes worden verdedigd? Het vraagstuk werd voorshands als onoplosbaar bestem-
peld, al gingen de gedachten wel enigermate in de richting van atoompacifisme,
hoe vlottend ook de overgang van nucleaire naar conventionele wapens mocht
wezen; zelfs werd het volstrekte pacifisme overwogen. Echter beide oplossingen
deden voorshands te weinig realistisch aan; aarzeling bleef.
Evenals van Oranje zou het professoraat van N. Okma (1904-1955) kort van duur
zijn en insgelijks voortijdig worden afgebroken. Hij had aan de Vrije Universiteit
— ook enige jaren theologie studerend — de meestertitel verkregen en gold voor de
oorlog als een schrander hoofdstedelijk advocaat, maar ook als niet meer dan dat.
Hij weerde zich in de ondergrondse beweging tegen de bezetter, al spoedig gegij-
zeld en in gevangenschap over de grens gevoerd. Door Oranje's tussenkomst is hij
voor vernietiging gered, al bleek later hoe hij nooit geheel de gevolgen van de
destijds doorstane ellende te boven was gekomen; in 1951 zette een uiteindelijk
fatale ziekte in. Zijn dissertatie Misbruik van recht — in 1945 verdedigd en goed-
deels onder de ongunstigst denkbare omstandigheden zoals gevangenis en
dwangarbeid tot stand gekomen — werd hoewel op sommige punten fors aange-
vallen bijzonder gewaardeerd; wat ook tot op zekere hoogte met zijn inaugurele
rede Werkelijkheid en recht het geval was. Zijn opdracht was breed: privaatrecht.
Dit viel uiteen in personenrecht, zakenrecht, bewijsrecht, burgerlijke rechtsver-
houding, faillissementsrecht en het verenigingsrecht. Ook zou aandacht aan het
auteursrecht en het recht van industriële eigendom worden besteed.
Zoals Okma in zijn dagelijks leven tot uitersten is gegaan heeft hij in de beoefening
van het recht ook naar grenzen gezocht. Het proefschrift deed dit bij het rechts-
misbruik; de inaugurele oratie door tegenover de eisen van de tijd ook ten aanzien
van het verenigingsrecht naar de norm te verwijzen en daar de hoogste ernst mee te
maken, zij het dat de uitwerking van het thema iets krampachtigs had. In een
artikel Enige opmerkingen over de bronnen van het verenigingsrecht in de Ane-
ma-Diepenhorst-bundel uit 1949 was het eigenlijk niet anders en dan was er het
preadvies voor de Nederlandse Juristenvereniging in 1950 over de verhouding
tussen Rechter en administratie, een uiteenzetting over de overheidsdaden, te
beoordelen ook buiten hun gebonden zijn aan de voorschriften door de rechter, en
over wat zal moeten gelden bij het zwijgen der wet. Hier moest gekozen tussen de
aan de wet ten grond liggende principes of algemene beginselen. Op het voetspoor
139
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's