Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 340

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 340

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

2 minuten leestijd

Hoofdstuk X

ALGEMENE TAALWETENSCHAP AAN DE

VRIJE UNIVERSITEIT

B. Siertsema

A KUYPER

Vanaf het jaar der stichting is er aan de Vrije Universiteit algemene taalweten-

schap gedoceerd, hoewel met altijd onder die naam'" De eerste docent was de

grote Abraham Kuyper „himself, die naast de dogmatische vakken (zijn leerop-

dracht in 1880), Hebreeuws en homiletiek ook nog de Nederlandse letterkunde,

esthetiek en linguïstiek voor zijn rekening nam „De spanwijdte van zijn geest en

de povere bezetting der katheders dwong gelijkelijk tot die op zichzelf zeker niet

onbedenkelijke veelzijdigheid", schrijven de Romeins""

Ter voorkoming van misverstand moet hierbij wel vermeld dat met de term

,,linguïstiek" de Romeins doelen op de taalkunde van het Nederlands, die inder-

daad tot Kuyper's opdracht hoorde, maar dat hij het terrein der algemene lin-

guïstiek slechts incidenteel betrad, nl daar waar in het kader van zijn Bijbel-exe-

gese de taalverschijnselen aan de orde kwamen het spreken van Adam en Eva,

van de slang van de ezel van Bileam, de spraakverwarring bij de torenbouw in

Babel, de opheffing daarvan bij de uitstorting van de Heilige Geest in Jerusalem,

en de poging tot imitatie van dit laatste in de glossolalie (door Kuyper „glossalatie"

genoemd), waarvan in 1 Cormthe 14 sprake is^ Daarbij stelt Kuyper enkele

kritische vragen, die hij in de trant van het reformatorische geloof van zijn tijd

beantwoordt T a v Godsdreigement in het Paradijs „tendagedatgij daarvan eet

zult gij den dood sterven", b v , stelt Kuyper de vraag

„hoe Adam die nog nooit van sterven iets gehoord of gezien had 7ich bij het horen van dit

woord, er eenige voorstelling van kon vormen En sterker nog klemt de vraag als ge de

verzoeking van de slang er bij rekent Ook die verzoeking toch heeft in woorden plaats

(op cit p 172) Conclusie „Het feit is uit dien hoofde met te loochenen dat Adam en Eva in

dit verhaal voorkomen als in staat om terstond na hun schepping een rijke fijn ontwik-

kelde taal volkomen te verstaan"(p 173)

Ook uit Adam's naamgeving aan de dieren, zegt Kuyper, en uit de betekenisvolle

namen die eerst Adam aan Eva en later Eva aan haar kinderen gaf „blijkt een

krachtig taalbewustzijn" en een „taalvormende kracht" Aangezien dat He-

breeuwse namen zijn, behandelt Kuyper vervolgens de vraag of men dan in het

334

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 340

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's