Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 326
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
aquarel uitgebeeld, maar dat er van de resterende twintig slechts drie zijn
benut. Men krijgt de indruk dat I.W. ernaar heeft gestreefd de uit te
beelden episodes min of meer gelijk over de tekst van 1684 (ongeveer
driehonderd bladzijden) te verdelen. En dat kan ook heel goed aan de
hand van de kanttekeningen, die redelijk over de tekst zijn verspreid. Het
probleem was misschien dat er nogal veel kanttekeningen waren. Als men
dan ook nog de vrijheid wil behouden om een aantal aquarellen niet op
kanttekeningen te baseren, dan krijgt men toch al gauw een totaal van
ongeveer zestig schilderijtjes. Mogelijk heeft I.W. zich dit bij de aanvang
niet voldoende gerealiseerd. Tot op bladzijde 130 van de tekst van 1684
zien we hem vaak de betreffende kanttekening volgen: zeventien keer,
naast negen ,vrije' aquarellen. Toen realizeerde hij zich waarschijnlijk
waartoe dit zou leiden, namelijk een aantal aquarellen van rond de zestig.
Dat zou misschien voor hem te tijdrovend worden of te duur, of om een
andere reden niet uitvoerbaar zijn. Er moest wat op gevonden worden. Hij
besloot een groot gedeelte van de tekst over te slaan en zo zien we hem
tussen blad 26 (Pag. 130 in de linkerbovenhoek) en blad 27 (Pag. 217) een
sprong maken van bijna honderd bladzijden. Dat betekende dat hij verlost
was van twaalf kanttekeningen. Van de op bladzijde 130 van de editie 1684
resterende twintig hield hij er nu nog acht over, en van die acht zal hij er,
zoals we al zagen, drie gebruiken. Van de tien aquarellen op de bladen
27-36 zijn er derhalve zeven ,vrij'. Genoemde sprong vormt de verklaring
en is de prozaïsche reden van de omissie van Vanity Fair, want de episode
is in de editie 1684 te vinden op de bladzijden 171-189. De als enige van de
acht niet van Luyken overgenomen illustratie staat tegenover bladzijde 176
(1687: 177).
Door de sprong komen we van de ontmoeting tussen Christen en Ge-
trouwe (blad 26) plotseHng terecht bij kasteel Twijfel (blad 27). Nogal
onverwacht treffen we op die laatste aquarel Christen en Hopende aan
voor een bruggetje bij het kasteel.^" Van de eerdere ontmoeting met Ho-
pende krijgen we niets te zien, hij komt uit het niets tevoorschijn. Omge-
keerd verdwijnt Getrouwe in het niets, na slechts even ten tonele te zijn
gevoerd (blad 26).
Met welke mate van succes heeft I.W. zijn dichtende arbeid verricht? Was
hij behalve een redelijk zondagsschilder ook een acceptabel zondagsdich-
ter? Nee, dat was hij niet. Hij was een rijmelaar, die misschien daarom
dankbaar gebruik maakte van verzen uit de editie 1684. Deze uitgave bevat
ook aan het origineel toegevoegde verzen op de achterkant van de acht
illustraties. Die verzen zijn niet zonder enig belang, omdat I.W. een aantal
keren geen gebruik maakt van verzen in de tekst, maar de toegevoegde
gedichten heeft benut.*^ De eerste twee verzen, die hij uit de tekst van 1684
overnam, zijn zes regels lang en die lengte lijkt bepalend te zijn geweest
voor die van de andere vierendertig verzen, die dan ook allemaal zes regels
tellen.42
310
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's