Wetenschap en rekenschap - pagina 323
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE AARDWETENSCHAPPEN AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Daarmee komen we tot een derde kenmerk van het kwartairgeologisch-laagland-
genetisch onderzoek in deze periode, namelijk dat het zwaartepunt in Nederland
heeft gelegen hoewel in de tweede helft van de jaren zeventig het onderzoekgebied
werd uitgebreid naar de Kanaalkust bij Duinkerken en Calais. Bovendien werden
buiten Europa projecten begonnen in Suriname en, in de jongste tijd, in Canada.
Naast het sterk geologisch georiënteerde laaglandgenetische onderzoek is door
Th.W.M. Levelt in de laatste jaren ook de aanzet gegeven tot een meer geografisch
synthetisch onderzoek van het landschap als onderdeel van een nü functionerend
ecosysteem, waarbij de nadruk ligt op de abiotische elementen. De vraag is daarbij
welke aspecten zich aan dat landschap laten onderscheiden, hoe zij in verhouding
tot elkaar staan en hoe afhankelijk van elkaar zij functioneren. Het doel is het
inzicht te vergroten in de mogelijkheden die het landschap biedt en vooral ook de
kwetsbaarheden ervan op te sporen.
Het betreft hier wetenschappelijk „grondwerk" dat eigenlijk aan alle „planning"
vooraf zou moeten gaan maar helaas in de drang van de sociale en economische
ontwikkelingen in een klein, dicht bevolkt en hoog geïndustrialiseerd westers land
als het onze maar al te vaak achteraan komt. Deze richting van onderzoek sluit aan
bij ontwikkelingen die zich, met de toegenomen belangstelling voor en het besef
van verantwoordelijkheid jegens natuurlijk milieu en landschap, in de jaren ze-
ventig ook elders in de fysische geografie hebben voorgedaan. Anderzijds is van de
stroming die zich in de laatste decennia in de fysische geografie heeft gemanifes-
teerd om het onderzoek sterk te richten op de studie van actuele processen aan het
aardoppervlak aan de Vrije Universiteit geen pendant aanwezig.
In meer algemene zin mag worden gezegd dat het onderzoek zich gericht heeft op
twee soorten van laaglandgebieden, allereerst op de genese en structuur van
mariene en peri-mariene gebieden en de reconstructie van zeespiegelbewegingen
die hierbij zo'n belangrijke rol spelen en in de tweede plaats op de genese van
glaciale en periglaciale gebieden, waarbij de rol van het landijs en het subarctische
klimaat een belangrijke plaats innemen.
Specialistische onderzoeken zoals met name de palynologische en ouderdomsbe-
palingen op basis van de C-14 methode (in samenwerking met de Rijks Universi-
teit Groningen) spelen hierbij een belangrijke rol.
Anderzijds heeft het kwartairgeologisch onderzoek als onderdeel van histo-
risch-geologisch onderzoek een sterk integrerend karakter en de wetenschaps-
beoefening op het terrein van de laaglandgenese aan de Vrije Universiteit even-
eens vanwege de interdisciplinaire aanpak.
Maatschappelijke betekenis heeft het onderzoek onder meer als grondwerk ten
behoeve van de planologische bestemming van ons beperkte grondgebied en de
belangrijke vragen in verband met het beheer van het milieu daaraan verbonden.
Ook internationaal is de ontwikkeling van het laaglandonderzoek van belang; het
is juist in dit soort gebieden dat men in de gehele wereld, en wel met name in de
ontwikkelingslanden, de grootste bevolkingsconcentraties en de belangrijkste
agrarische arealen aantreft.
317
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's