Wetenschap en rekenschap - pagina 288
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. L E V E R / L . VLIJM
Het onderzoek naar algen is betrekkelijk jong: door het gebruik van verfijnde
microscopen en andere technieken werd het pas mogelijk de soorten via beschrij-
ving nauwkeurig te herkennen, en hun verschillende levensfasen te onderzoeken.
Overigens worden nog steeds nieuwe soorten aangetroffen.
Van groot belang bij dit onderzoek is het continu kweken van soorten: men kan
dan, in een nauwkeurig bepaald milieu de waarde van vorm-kenmerken toetsen
en de levenscyclus beschrijven. Door gebruikmaking van b.v. het electronenmi-
croscoop zijn nieuwe mogelijkheden voor het ontwikkelen van vorm-criteria ont-
wikkeld. Soms kunnen daardoor gevolgtrekkingen ten aanzien van de „beste"
classificatie, in verband met de mogelijke verwantschap, getrokken worden.
Zoals reeds werd opgemerkt worden binnen de vakgroep zowel systematische als
oecologische vragen aan de orde gesteld. Dit blijkt b.v. uit het onderzoek van
Vroman over de algenvegetaties van enkele Caraïbische eilanden, en uit het
onderzoek van Simons naar groenwieren van het geslacht Vaucheria in de Ne-
derlandse kustwateren.
Veelal blijkt dat nauwkeurig systematisch onderzoek slechts mogelijk is wanneer,
naast veldwaarnemingen, ook een inzicht in de levenscyclus der betreffende
soort(en) mogelijk is. Dit werd duidelijk aan het onderzoek van Ulothrix (Lok-
horst), en wordt thans onderzocht aan een klein zoutwater-roodwier/lcroc/ïaer/uw
(Stegenga). Uit dit laatste onderzoek is b.v. reeds duidelijk geworden dat van de
enkele honderden van dit geslacht beschreven soorten, slechts weinigen uiteinde-
lijk als reële soort erkend zullen worden. In ditzelfde verband wordt onderzoek
verricht aan Chrysophyceae (goudwieren), waarbij vooral een analyse van de
ultrastructuur en de onderlinge rangschikking van celbestanddelen nieuwe gege-
vens voor de classificatie aan het licht blijkt te brengen. Ook wordt aandacht
besteed aan het geslacht Stigeoclonium, eén groenwier uit het zoete water, waarbij
de grote vormplasticiteit onderzocht wordt in verband met relevante milieufacto-
ren. Oecologisch onderzoek is met name verricht door Hillebrand, die de soor-
tensamenstelling van diverse algensoorten op diverse plaatsen, en in verschillende
seizoenen onderzocht. Dit onderzoek heeft ook belangrijke aspecten die zich voor
toepassing op het gebied van de beoordeling van de kwaliteit van oppervlakte-
water lenen. In dat kader werd, o.m. met verkregen subsidies, aandacht besteed
aan de kwaliteit van het oppervlaktewater in het Groene Hart van Holland, in
samenwerking met het Instituut voor Milieuvraagstukken (I.v.M.) van de Vrije
Universiteit. Meer beperkt onderzoek wordt verricht naar de biosystematiek van
een aantal soorten hogere planten.
3.3.3.2. Vakgroep Diersystematiek en Zoögeografie
Onderzoek in deze richting werd ontwikkeld na de benoeming van K.H. Voous
(1955). Diens belangstelling was vooreerst systematisch gericht, waarbij vooral
ruime aandacht werd gegeven aan historisch-geografische aspecten. De themata
van onderzoek waren gevarieerd. Allereerst concentreerde hij zich, met een aantal
medewerkers, op roofvogels en uilen. Terwijl aanvankelijk voornamelijk op basis
284
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's