Wetenschap en rekenschap - pagina 482
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G KUIPER HZN
ongeacht de onderzochte groep en zelfs soms het probleem, worden aangevat om
een schaal te beproeven of de toepassing van een nieuwe wiskundige techniek. Een
praktijk overigens die op brede schaal wordt nagevolgd door journalisten, die juist
aan de luiers ontwassen jongelui om een mening vragen over b.v. de val van de
regering. „Nou, jammer dus, hè."
Naar analogie van de Belgenmoppen zijn er ook al sociologenmoppen aan het
ontstaan. Veel vrolijkheid is er ten onrechte. De geweldige nadruk die er ligt op de
kwantificerende, metende en wegende veldresearch heeft de sociologen in het
beleid parten gespeeld, hetgeen b.v. niet het geval is met economen en juristen die
evenmin (of nog minder) een beleidsgerichte opleiding krijgen. De grote belang-
stelling voor de wijsgerige sociologie waarmee de (vooral extreme) maatschappij-
kritiek gepaard ging, heeft op zichzelf wel een aardig tegenwicht gevormd, maar
veroorzaakt juist door haar ideologische achtergronden weer zoveel emoties, dat
de leden van het pluriforme sociologengezelschap tegen elkaar worden opgehitst,
zodat structuralisten, functionalisten, (neo)marxisten e.a. op elkaar werken als de
bekende rode lappen op de stier. Bovendien is er bij de maatschappijkritici een
sterke wereldmijding te zien: ze staan te dringen voor de poorten van de univer-
siteiten om hun roeping te volgen de jonge generaties vóór alle dingen de be-
staande maatschappij te doen verwerpen en hun handen niet vuil te maken aan
compromissen in de ambtelijke dienst, de zachte sector, laat staan het bedrijfsle-
ven.
Men zou de beroepssociologen kunnen zien in hun rol als priester, zoals H.
Schelsky dat doet. In zijn dagboek in „In de waagschaal" schrijft Ds. W. Barnard
(mei 1973): „Waarom zouden die volksmenigten (als je nou toch menigte bent)
niet hossen en feesten? Ze willen wat. Ze willen wat anders. Er is geen feest meer,
geen heilsleer, geen meeslepend, allen-in-de-zoveelste-macht-verheffend, verlos-
send gevoel, geen belevenis, geen gebeurtenis waarvan ze exponent zijn. Alles is
berekend en uitgekiend en ingekapseld.
En dan komen daar een paar jongens waarin ze zich herkennen, die spelen een
spel, die winnen. Die cup wordt de beker des heils. Ze hebben allen er uit
gedronken, al dronken die paar dan ook maar alleen. Maar dat gebeurde pro
omnibus. Het zijn priesters, die jongens. Bevrijders, Helden. Voor allen hebben ze
gedronken, nadat voor allen de strijd gestreden was. Hector, Achilles, David,
Goliath. Het werd voor allen beslist door enkelen, de kampvechters.
We are champions, zong het Engelse publiek, toen op Wembley het Engelse elftal
kampioen werd. Niet de ELF, maar WE! Het is volkomen Antiek, het is volstrekt
religieus. Messias Ajax, Parcival Cruyff die de graal meebracht. En dan spreken de
geavanceerde theologen van 'n „religieloze tijd", haha. Maar de sociologen, och
arme, weten die veel. Die doen gewichtig. Die weten niet eens van zichzelf dat ze
religieus bezig zijn. Niet als priesters, allerminst, maar als catechiseermeesters van
een door henzelf besefte heilsleer".
Bij Schelsky gaat het om het priestergezag van de intellectuelen en wel om het
gezag door zingeving. Dieren leven hun leven, maar mensen leiden hun leven, dwz.
476
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's