Wetenschap en rekenschap - pagina 33
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT ALS BIJZONDERE INSTELLING 1880 1980
onderstellingen met betrekking tot de wetenschap nog niet was toegekomen, kon
ook het gereformeerd beginsel niet bevruchtend werken Onderlinge samenwer-
king en gemeenschappelijke bezinning waren daartoe dringend nodig en daarvoor
voerden zij dan ook een pleidooi
Een eerste begin met een gezamenlijke bezinning op de betekenis van de gerefor-
meerde beginselen als grondslag voor de wetenschap en de wetenschapsbeoefe-
ning werd gemaakt in 1959 Toen werd een senaatscongres belegd, waaraan alleen
door hoogleraren en enkele leden van de colleges van directeuren en curatoren
werd deelgenomen Het was voor het eerst sedert het einde van de negentiende
eeuw, dat zulk een gemeenschappelijk beraad werd gehouden De bedoeling ervan
was om meer duidelijkheid te krijgen over de betekenis van de gereformeerde
beginselen voor de wetenschapsbeschouwing en over de mogelijkheden deze ope-
rationeel te maken in de wetenschapsbeoefening De discussie vond plaats aan de
hand van enkele referaten, die elk een bepaald vakgebied bestreken Het was
begrijpelijk, dat men niet tot eenstemmige uitspraken kwam, daar was het vroeger
eigenlijk ook nooit toe gekomen Bij de aan de orde gestelde problematiek kwam
uiteraard ook de aard van het gezag van de bijbel aan de orde en daarover bestond
ook verschil van mening Sommigen stonden nog min of meer op een biblicistisch
standpunt, terwijl anderen daarvan niet wilden weten, zodat er ook verschil van
mening bleef bestaan over de wijze, waarop bepaalde teksten moesten worden
toegepast Met een verwijzing naar historische achtergronden en naar de traditie
kwam men ook niet meer uit
Als er iets duidelijk was geworden dan was het wel de noodzaak om de bezinning
voort te zetten Maar hoewel men er niet uit kwam, werd op dat moment nog niet
de grondslag als zodanig aan de orde gesteld en derhalve ook niet de vraag, of deze
in de situatie van die tijd een herziening behoefde
Tot dan toe was de ontwikkeling der universiteit, even afgezien van haar expansie,
langs tamelijk rustige banen gegaan De oude patronen bleven nagenoeg intact en
aan haar stijl veranderde maar weinig Omstreeks 1960 brak er echter een nieuwe
periode aan, waarin de Vrije Universiteit door allerlei omstandigheden en ge-
beurtenissen genoodzaakt werd tot een voortgaande grondiger bezinning op haar
bestaan als een christelijke instelling en oplossingen te vinden voor nieuwe pro-
blemen, die voor een deel ook van buiten op haar afkwamen Toen ging ook steeds
meer het probleem van de veranderde plaats van de wetenschap en derhalve ook
van de universiteit in de maatschappij een rol spelen De Wet op het Weten-
schappelijk Onderwijs van 1960 had daarop ook reeds ingehaakt door in art 2 van
de Algemene bepalingen voor te schrijven, dat de universiteiten en hogescholen
naast het geven van onderwijs en het beoefenen van wetenschap ook beoogden
mede aandacht te schenken aan de bevordering van maatschappelijk verant-
woordelijkheidsbesef
Reeds in het begin van deze nieuwe fase moest ook de Vrije Universiteit zich zetten
tot een bezinning op haar plaats en taak in de nieuwe situatie en tot het trekken
van lijnen naar de toekomst De directe aanleiding daartoe was gelegen in de
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's