Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 60
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
dan tevens Secretaris van de Bibliotheek-commissie zou moeten worden.
Dit plan heeft de instemming van de vergadering, ook omdat men zo meer
contact tussen de Bibliothecaris en de Senaat verkrijgt. De penningmeester
mr. G.H.A. Grosheide, de broer en buurman van prof. Grosheide, zal er
eens met prof. Wille over spreken en hem een salaris van ƒ 500,— in uitzicht
stellen. Hij meende dat Breen per jaar ƒ 360,— als Secretaris van Curatoren
en ƒ 250,— als Bibliothecaris verdiende.
De penningmeester maakt hier een merkwaardige fout. Breen verdiende
als Bibliothecaris ƒ 360,— en als Secretaris van curatoren ƒ 250,—. De
penningmeester verlaagt eerst het salaris van de Bibliothecaris tot ƒ 250,—
om vervolgens het dubbele daarvan aan prof Wille in het vooruitzicht te
stellen. Werd de functie van Bibhothecaris misschien te laag aangeslagen
en moest Wille gepaaid worden met een dubbel salaris? Door hoge
gezinsuitgaven en als verwoed boekenverzamelaar was de zuinige Wille
gevoelig voor een extra inkomen.
Als daarna de heer Colijn binnenkomt stelt deze meteen voor mr. Den
Hartogh als tijdelijk Bibhothecaris te benoemen, „waaraan dan ook het
voordeel zou verbonden zijn, dat hij zijn invloed in het hospitium kan doen
gelden". Het is typerend hoe Colijn in één voorstel vele ideeën bundelt. De
naam doet al denken aan prof dr. A.H. de Hartog, die ook hospitium en
bibliotheek samen beheerde. Er was deining over het studentenleven en
mr. G.M. den Hartogh was als historicus aan het Kuyperhuis verbonden.
Colijn wilde dus een eigen man naar de V.U. brengen, tijdelijk, omdat
Colijn vond dat de bibliotheek alleen maar op orde gebracht moest worden
en omdat hij wellicht een verdere toekomst voor Den Hartogh zag wenken.
Het vermoeden rijst dat mr. Grosheide, de penningmeester die ook vaak
waarnemend secretaris was. Wille als Bibliothecaris wenste en dat hij
daarover contact heeft gehad met zijn broer die het voorstel deed en met de
Rector Magnificus prof dr. A. Goslinga. Vandaar dat na de komst van
Colijn de penningmeester „denkt aan een combinatie van prof Wille met
ƒ 500,— als Bibhothecaris, en mr. den Hartogh met ƒ 250,— als adjunct-
bibhothecaris".
Colijn pareert in aanwezigheid van de hoogleraren met enig sarcasme:
„dat, afgescheiden van de vraag of een professor de bibliotheek in orde kan
maken, het daarna niet noodig is ƒ 500,— te blijven betalen". Geld was
nodig voor de vierde faculteit.
Het voorstel Grosheide wordt gered door de man die het begin van de
vergadering voorzat, dr. J.J.C, van Dijk. Deze was toen reeds tweemaal
minister van oorlog geweest naast Colijn als minister van financiën. Be-
halve directeur van de V.U. was hij ook penningmeester van het Kuyper-
huis. Hij gaf door zijn positie de besHssende stem, en zijn conclusie werd
besluit. Hij zou „Prof. Wille wenschen te benoemen, als bibhothecaris en
voorzitter der bibliotheek-commissie". Door een telaat komen van Colijn
werd niet Den Hartogh maar Wille Bibliothecaris van de Vrije Universiteit.
44
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's