Wetenschap en rekenschap - pagina 546
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
gemene gratie bespeurt, die de mislukking van Gods scheppingsplan van meet af
voorkomt (GG I 240-244).
Kuypers geschiedenisbeschouwing is echter ook sterk gekleurd door romantiek en
idealisme. In de romantiek, waar Kuyper in eigen land onder meer via Bilderdijk
mee in aanraking was gekomen, werd de geschiedenis opgevat als uiting van een
verborgen levensdrang, ontwikkeling van een diepere gemeenschapsgeest, die zich
naar alle zijden van de samenleving zou ontplooien, in kunst, cultuur en religie.
Een en ander werd strikt organologisch opgevat. Zoals het leven van een plant
voortspruit uit een zaad en stoelt op een wortel en zich naar alle zijden vertakt en
vruchten draagt, zo zou het leven der volkeren voortkomen uit het kiembeginsel
van een gemeenschappelijke grondovertuiging, wortel schieten in een concrete
cultuur of natie, aan wie het dan gegeven zou zijn om de drang van het grondbe-
ginsel tot uitdrukking te brengen in de verschillende vertakkingen van haar
geestesleven (kunst, recht, wetenschap, religie), in de vruchtbare veelheid van
nadere (kunstzinnige, juridische en andere) beginselen. In het romantisch idealisme
werd deze organologische geschiedenisbeschouwing vervolgens verbreed tot een
universeel-historisch ontsluitingsproces, waarbij de nationale geschiedenissen ge-
zien werden als telkens nieuwe knooppunten en tussenfasen in de wordingsgang
van de wereldgeest, die — naar de opvatting van Hegel — door het leven der
volkeren trekt van Oost naar West.
In Het Calvinisme en elders heeft Kuyper nu geheel in de lijn van dit romantisch
idealisme de wereldgeschiedenis geschetst als een brede geestesstroom, die telkens
nieuwe grondovertuigingen heeft doen groeien, nieuwe levensformaties heeft
doen oprijzen, nieuwe ontwikkelingsfasen is ingegaan: van paganisme en isla-
misme naar romanisme en calvinisme. Hierbij is ,,onze hoogere ontwikkeling (die
van het calvinisme — J.K.) steeds meer westwaarts getogen", aldus Kuyper, zodat
ze ook oversloeg naar Amerika. Het modernisme is weliswaar de jongste, niet de
hoogste levensformatie in het genoemde ontsluitingsproces: het is een deformatie,
een misgroei (HC 27).
Dit organologische denken heeft Kuyper diep beïnvloed: zijn Schrift-beschou-
wing (organische inspiratie!), zijn mensbeschouwing (wedergeboorte als nieuwe
levenskiem!), zijn kritisch-realistische kennisleer (organische samenhang van
subject en object!) enzovoort. Ik laat dit terzijde. Het duidelijkst treedt zij evenwel
naar voren in zijn geschiedenisbeschouwing, in zijn visie op de historische roeping
van het calvinisme als de meest geavanceerde levens- en wereldbeschouwing en
meest geprononceerde vorm van christendom die de geschiedenis ooit heeft op-
gebracht. Ook dit calvinisme wortelt in een grondbeginsel, dat zich vervolgens
uitwerkt in een veelheid van heersende begrippen of beginselen op de verschil-
lende levensterreinen: „Zo waarachtig als elke plant een wortel heeft, schuilt
onder elke levensuiting een beginsel. Die beginselen hangen onderling samen en
vinden hun moederkiem in een grondbeginsel, en uit dat grondbeginsel ontwikkelt
zich logisch en systematisch dat geheel van heersende begrippen en denkbeelden,
dat feitelijk onze levens- en wereldbeschouwing uitmaakt" (HC 187).
540
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's