Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 169
En het is me ook wel gebleken dat dat laatste juist is, en dat
houdt meteen in dat de uitoefening van de geneeskunde
niet gemakkelijk meer toelaat dat je werkelijk je eigen tijd
zou kunnen indelen. Dat houdt het gevaar in datje in een
soort van „routine" dreigt te verdrinken, en een van de
spannendste kanten van het vak is dan ook om doorlopend
te trachten te voorkomen dat dat gebeurt. Dat het heel veel
gebeurt is al duidelijk uit de algemene opvatting dat een
dokter nooit ergens tijd voor heeft. Maar dat brengt met
zich mee dat ik mijn studenten en assistenten steeds heb
geprobeerd bij te brengen dat ze wél af en toe tijd moeten
vrij maken bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onder-
zoek, of dat zij, om cultureel op de hoogte te blijven, zich
dienen te oriënteren op alles wat zich rond hen afspeelt; en
wel omdat zij anders op den duur hun taak ten opzichte
van hun patiënten niet meer op redelijke wijze zullen
kunnen blijven vervullen. Want een arts in de algemene
praktijk dient natuurlijk op de hoogte te blijven van de
wetenschappelijke ontwikkelingen in zijn vak, maar even-
zeer van de ontwikkelingen die zich in de maatschappij
afspelen. Hij moet naar mijn smaak het algemene denken
blijven volgen, omdat hij anders straks de problemen van
zijn patiënten niet meer begrijpt.
Een zijlijn van dit geheel is: dat ik soms mijn leerlingen
— zeg dan maar — erop wijs dat ze voor bepaalde psycho-
logische en sociologische problematieken zich beter kun-
nen oriënteren door het lezen van bepaalde romans of het
zien van bepaalde toneelstukken, dan door te proberen
zich te verdiepen in de gortdroge specifieke vakliteratuur.
Nou weer even terug: toen puntje bij paaltje kwam, en ik in
'32 eindexamen deed, was die mogelijkheid om op rijks-
kosten te studeren weggevallen, maar ik was van tevoren
gewaarschuwd door onze conrector dr. Hoving, de classi-
cus, die mij aanried om te proberen tegelijkertijd eindexa-
men alfa en bèta te doen, omdat dat a: mijn kansen op een
studiebeurs zou kunnen verhogen, en b: ik er dan tijdens
mijn studie wat bij zou kunnen verdienen door les te geven
aan jongens en meisjes die het met hun gymnasiale studie
wat moeilijk hadden. Zulks gebeurde en ten slotte heb ik
dan een renteloos voorschot kunnen krijgen; dat was in die
tijd niet veel hoor: f. 500, maar daar moest f. 310 college-
en inschrijfgeld vanaf; dus die bijlessen hebben het mij
mogelijkgemaakt om verder te studeren, en ik heb daar erg
veel van geleerd, van dat geven van die bijlessen. Ik had er
ook wel eens een enkele keer succes mee.
Een tweede punt was dat ik toch wel probeerde wat sneller
165
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's