Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 276
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
aan onder de „Nomina eorum qui hoc trimestri aut doctoris aut licentiati
titulo insigniti sunt": beiden zijn „J.U. licentiatus" geworden den „XII.
Maji" 1583 (A.D.L., D 215, fol. 194v).
Op grond van de „Acta" mag aangenomen worden, dat Ac promotio'*^ van Schotanus en
Perez op de 12e mei 1583 heeft plaatsgevonden. De dagtekening van Schotanus'bullen (10
mei 1583) zal dan verwijzen naar de aan de promolio voorafgaande examinalio privala.
Getuige de beide bullen zijn bij dit examen naast de Procurator Ludovicus Carrio (q.q.)
ook de „juvenes" Joannes Jarghes, Henricus a Vogelsanck"'-'' en Mathias a Schoten'"'
aanwezig geweest.
Keren we thans terug tot ons uitgangspunt, het Liber Amicorum van Perez,
dan bieden de hierboven aangedragen gegevens een voldoende verklaring
voor het grote aantal bijdragen uit de kring van de Natio Germanica. Van
de ruim veertig inscripties in het Liber Amicorum zijn er tenminste een en
dertig door leden van de natie geschreven. Een duidelijk zwaartepunt ligt
hierbij in mei 1583, de maand waarin Perez zijn studie voltooide. Tot de
confratres van de natie die hem ter gelegenheid hiervan met een bijdrage
vereren, behoort ook Henricus Schotanus. De tekst van zijn bijdrage'*^
laten we hier — met een enkele aanvulling — volgen:
MaWov evXaPoü 4'Ó70v, y\ xCvSuvov.
AEI YOip elvai (poPtpav, TOI? (ièv ^
(paOXoLS, T-ï^v Toü 3LOU TeXevTT|V I
Toïs 8È OTiouSaCois, XT\V èv TÜ
^fiv óiöo^Cav.
In recte sapiendo jucundissima vita. II
Egregio eximioque juveni D(omino) Joanni
Peres De Malvenda, tam Uteris
quam moribus ornatissimo,
nee non verae philosophiae artisque
aequi boni peritissimo, et jure
J.U. Licentiae insignibus decorato. III
quondam illustrissimae ger-
manicae nationis procuratori
vigilantissimo, amico patrono
suo longe integerrimo scripsit
Henr. Schotanus Phrysius J.U.
prolyta. Aureliani MDLXXXIII.
3 ld. Maj(i). 'Evós xpzm.
Si Christum bene scis satis est si cetera nescis.
Si Christum nescis nihil est quod cetera discis.
In deze uit drie delen bestaande bijdrage wijst Schotanus de „juvenis" Perez erop wat — of
misschien beter wie — het richtsnoer moet zijn voor het leven dat nu voor hem ligt.
In het Griekse gedeelte (I) - waarin het verband met het embleem op de pagina ernaast
(„Le Laurier")'"* direct duidelijk wordt - bindt hij Perez eerst op het hart „meer beducht
te zijn voor blaam dan voor gevaar:'»^ hebben de .slechten' te vrezen voor het einde van
het/hun leven, de .goeden' voor een slechte reputatie tijdens het/hun leven".
Na dit .vermaan' volgt dan (II) het .geheim' van „het meest aangename leven": dit
260
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's