Wetenschap en rekenschap - pagina 109
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
Hoofdstuk III
DE JURIDISCHE FACULTEIT (1880-1980)
I.A. Diepenhorst
1. DE AANVANGSPERIODE
Begrijpelijk is het begin der juridische faculteit onaanzienlijk geweest. De één dag
na de opening van de Vrije Universiteit — op 20 oktober 1880 — over Het Goddelijk
karakter van het recht inaugurerende buitengewone hoogleraar D.P.D. Fabius
(1851-1931) wiens extra-ordinariaat in 1882 werd omgezet in een ordinariaat, was
in het begin een professor zonder studenten. Wel trad in 1884 Jhr. Mr. A.F. de
Savornin Lohman (1837-1924) als hoogleraar toe tot de met kunst- en vliegwerk op
drie man sterkte gebrachte faculteit — de litterator J. Woltjer nam tijdelijk in haar
zitting — maar de eerste werd in 1890 vanwege zijn benoeming tot Minister van
Binnenlandse Zaken op non-aktief gesteld. Nog in hetzelfde jaar echter aan-
vaardde zijn zoon Jhr. Mr. W.H. de Savornin Lohman (1864-1932) een buitenge-
woon hoogleraarschap. En in 1891 keerde de vader weer als ordinarius terug.
Afgaande op het feit dat de jonge Lohman in 1895 ook ordinarius wordt, zou men
van een enigermate gevestigde toestand kunnen spreken, als niet één in 1894
ingediend bezwaarschrift ondertekend door een 16-tal leden der Vereniging voor
Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag met bedenkingen tegen de facul-
teit der rechtsgeleerdheid en met name tegen de oude Lohman wees op „rumor in
casa". In 1895 en 1896 krijgen de beide hoogleraren Lohman eervol ontslag.
Woltjer verricht weer hand- en spandiensten. Fabius is opnieuw en nu tot na de
eeuwwisseling de enige juridische professor. Op hem drukt de last van de hele
faculteit. Het zal nu tot 1904 duren eer de benoeming van A. Anema (1872-1966)
voor het onderwijs in burgerlijk recht, handelsrecht en burgerlijke rechtsvordering
en van P.A. Diepenhorst (1897-1953) met als opdracht economie, statistiek en wat
daarmede verband houdt, hem soulaas verschaft.
Van de omvang der universiteit met haar drie faculteiten moet men zich geen grote
voorstelling maken, al zij bedacht dat ook beroemde academies in het buitenland
dikwijls geringe aantallen studenten gekend hadden. Het cijfer ten jare 1900 van
21 juristen — tegenover 76 theologen en 25 litteratoren — imponeert niet. Toch past
respect, gelet op de algehele zelfbekostiging dat de universiteit in het algemeen,
dat de ons hier bezighoudende rechtsgeleerde faculteit in het bijzonder het hoofd
boven water wisten te houden.
105
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's