Wetenschap en rekenschap - pagina 410
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J . G . KNOL
zich rekenschap geeft van de aard van de economische orde waarin het te onder-
zoeken verschijnsel „speelt".
Echter hoe de wetenschapper ook blijft streven naar het formuleren van juiste en
actuele theorieën, er blijft in het wetenschappelijk bedrijf sprake van een onrust,
een voortdurend op weg zijn naar de vervolmaking van de verklaring van de
werkelijkheid. Maar er principieel niet in kunnen slagen. Men blijft met on-
beantwoorde vragen zitten.
Met name voor de economist geldt dat de theorieën omtrent het evenwicht in het
economisch proces steeds fraaier worden geformuleerd, maar dat er vele maat-
schappelijke problemen door de gangbare wetenschap niet kunnen worden op-
gelost. Voor de economist is er sprake van een onverklaarde rest die het bereiken
van gewenste evenwichten steeds meer illusoir maakt. Er gaan steeds meer stem-
men op die er geen genoegen mee nemen om de moeilijke vraagstukken van de
toenemende ongelijkheid in de welvaart of van de toenemende machtsconcentra-
ties zonder meer als niet-vakwetenschappelijk te kwalificeren zodat de man van
wetenschap er geen bemoeienis mee behoeft te hebben. Dit zijn de stemmen die
spreken van een wetenschappelijke crisis die slechts kan worden bestreden door te
breken met het traditionele paradigma en de grenzen van de wetenschap zo te
herformuleren dat men de wetenschap dienstbaar kan doen zijn aan de oplossing
van armoede, van honger, van oorlog, van rassendiscriminatie e.d.
3. Het crisisverschijnsel
In een analyse van de ontwikkeling van het economisch denken heeft Mrs. J.
Robinson gewezen op het bestaan van twee crisissituaties in de wetenschappelijke
ontwikkeling'.
De eerste crisis dateert van voor de tweede wereldoorlog. De toen gangbare
wetenschap bleef in gebreke bij de verklaring en oplossing van het vraagstuk van
de massale werkloosheid. Het aanvaarde wetenschappelijk standpunt luidde dat
de werkloosheid een kwestie was van tijdelijke onevenwichtigheid doordat het
proces van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet geheel goed verloopt.
Maar de werkelijkheid liet zien dat de toenmalige verhoudingen in het economisch
proces het veronderstelde aanpassingsproces deden falen. De zgn. wetten van
vraag en aanbod leidden in de concrete economische en politieke orde van voor de
tweede wereldoorlog niet tot het gewenste en verwachte doel van volledige werk-
gelegenheid. Deze ongenoegzaamheid van de wetenschap werd door Keynes
opgeheven. Hij verschafte aan de denkgemeenschap van economisten een arse-
naal van denkinstrumenten waardoor het verschijnsel van de bestaande werk-
loosheid kon worden verklaard en daarmee ook in principe als vraagstuk kon
worden opgelost. Mrs. Robinson wijst in dit verband op een zekere tragiek in het
streven van vele wetenschappers om hun wetenschappelijke activiteit ook dienst-
baar te doen zijn aan mens en wereld. Want toen de wetenschap nog bezig was met
404
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's