Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 343
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
genoeg en niet aan mij'' Ware het dan maar liever niet opgeteekend en voor
ons bewaard gebleven" (18-5-81)
Een andere keer probeert Elisabeth het op een meer persoonlijke ma-
nier „Ge zult met moedeloos worden, niet waar'' want al deed ge niets dan
stil, bedaard en ingetogen onder ze leven, ik ben er van overtuigd dat nog
uw werk of liever uw zijn daar van zegen zal kunnen zijn En gij zijt degene
die met tranen moet zaaijen ^^ Eens met hen die maaijen zullen u te
verblijden' Hoe kostelijk zal dat zijn Juul'" (27-11-80) Julius antwoordt
„Dat mijn zijn hier op zichzelf iets zou betekenen, 't is wel heel hef van je
dit te veronderstellen, maar daar is een Madoerees nu veel te bot voor, om
daar eemgen indruk van te krijgen — ze noemen me eenvoudig een goeden
ezel daar nog wat van te plukken valt — En de Europeanen houden mij
voor een drie kwart waanzinnigen dweeper, die den zonderhng speelt"
(14-1-81)
Elisabeth weer „Ge schrijft mij iets in uw briefen weetje — dat wil er
maar bij mij niet in ik ben tot in het diepste van mijn ziel overtuigd dat
niet alleen misschien, maar heel stellig en heel zeker uw verblijf niet alleen
voor de plaats uwer inwoning, maar voor de heele streek een zegen zal zijn
En dat is nu met, zooals ge zegt, heel hef van mij om dat te beweren, neen
niets daarvan Maar het is heel natuurlijk op grond van Gods Woord het
zou ongeloovig zijn dit niet vast te houden, daar geheel van overtuigd te
zijn Als ik zeg dat uw zijn aldaar op zichzelf een zegen wezen zal, dan
meen ik daarmee iets anders dan die dagelijksche routine van terugkee-
rende bezigheden, dat is waar Maar uw eigenlijke wezen het karakteris-
tieke van uw zijn legt het stempel op ieder van uw woorden en daden, of ge
het zelf weet of wilt, of niet, dat kleeft u toch immers aan als zijn huis de
slak-?" (10/11-3-81)
Het antwoord van Julius laat zijn hele problematiek nog eens scherp
uitkomen „Wat gij over mijn zijn te S(oember) P(akem) schrijft is alles
volkomen waar, mits, en vergun mij hier m strijd met u te komen, ik hier
van God geroepen ben Was ik daarvan overtuigd, dan was alle leed
geleden, maar zie dat ben ik juist niet Hebt gij nooit voor de keus gestaan
van twee wegen, die u gelijkelijk goed voorkwamen tot uw doel, alleen de
een hep onder de schaduw , de ander in de zon, nu woudt ge wel een stem
uit den hemel hebben die zeide links' en dan waart ge blijmoedig links
gegaan, maar de stem bleef uit en de tijd drong, ge moest kiezen Welnu
zoo ongeveer, 't is maar een vergelijking en gaat daarom niet op, maar zoo
ongeveer was het mij toen ik zendeling werd — Ik koos vergeet dat niet,
niet onberaden, niet zonder gebed, maar ik koos en wie waarborgt mij dat
mijn keuze Gods wil was, dit zal de toekomst, de vrucht, wilt ge het
resultaat leeren Ik geloof, denk dat het Gods wil is, maar bij elke worste-
hngkomt de vraag weer „Loopje ookje eigen wegmannetje''"— Zieje
Lijsje gij zijt gereformeerd dat blijkt duidelijk uit uw brief h„Gij gelooft
dat alles gebeurt, juist zooals het naar Gods raadsbesluit of wil geschieden
moet" Ik ben zeer stellig niet gereformeerd, ik zou het stelsel nog wel
327
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's