Wetenschap en rekenschap - pagina 116
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A DIEPENHORST
leven bijna een intermezzo werd, voor de universiteit tot een gebeurtenis gemaakt.
Het laat zich verstaan dat zijn zoon W.H. de Savornin Lohman gedurende een niet
langdurig extra ordinariaat en een nog veel korter ordinariaat — ze werden reeds
genoemd — betrekkelijk weinig invloed heeft kunnen oefenen. Hij was in 1888
gepromoveerd, de eerste „jonge doctor" in de faculteit, op het proefschrift De
Kerkgebouwen van de Gereformeerde (Hervormde) Kerk in Nederland en wel „na
kloeke en dialectisch schoone verdediging". Zijn inaugurele oratie liep over De
verhouding tussen recht, de staat en de overheid. In 1895 nog weigerde hij de
opvolging van Moltzer aan de Amsterdamse gemeentelijke universiteit en ver-
klaarde hij zich bereid het onderricht in de economische politiek tijdelijk te geven.
Hij zou later in de serie Land een deel over Het verbintenissenrecht verzorgen
(1901) en werd in 1901 na een rechterschap in de rechtbank 's Gravenhage op
37-jarige leeftijd benoemd tot lid van de Hoge Raad, van welk college hij het
voorzitterschap bekleedde van 10 december 1914 tot 1 januari 1931 — toen hij om
gezondheidsredenen heenging — het duurrecord voor deze functie van onze eeuw
tot op heden. Vanwege zijn beminnelijkheid — hij was niet opvliegend als zijn
vader — en zijn rechtskennis was hij zeer gezien.
De oratie van 1890, zijn enige publicatie op het terrein van het publieke recht,
bestrijdt de absolute staatsleer, welke de spreker ook vindt in de leer van staats-
souvereiniteit, welke na de doctrine van het vorstenabsolutisme zeker geen ver-
betering inhield. Naar genoemde opvatting toch houdt de mens op rechtssubject te
zijn tegenover de staat en is hij dat slechts tegenover zijn medemens voor zover de
staat hem dit vergunt. Misleid door een verkeerd souvereiniteitsbegrip heeft men
de staat gemaakt tot bron van alle recht, verwaarlozend dat hij tot aanzijn komend
een aantal rechtskringen tegenover zich vindt met eigen belangen en eigen rech-
ten, hetgeen in het germaanse recht, in tegenstelling tot het romeinse, goed werd
onderkend. Het doel van de staat is beperkt: de handhaving van het recht. Hij is
geen machine, maar een organisatie van levende delen. Zijn souvereiniteit moet op
de juiste wijze worden verdedigd tegenover hen die deze souvereiniteit willen
schrappen en wel aldus dat zoals bij andere levenskringen het geval is ook het door
hem als staat geoefend gezag in zijn goddelijke oorsprong te erkennen zij.
2. STABILISATIE
Met Anema en P.A. Diepenhorst vangt mijn persoonlijke bekendheid met de
juridische faculteit der Vrije Universiteit aan. Ik heb niet de indruk dat één van
beide genoemden tijdens een zeer veel jaren bestrijkend professoraat — dat van
Anema eindigde in feite met het sluiten der universiteit in 1943, dat van Diepen-
horst werd in 1949 afgesloten — ingrijpend veranderde. Alleen de vorm waarin zij
112
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's