Wetenschap en rekenschap - pagina 387
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
„Geschiedenis van de Lage Landen" door Jan en Annie Romein kregen geen
calvinistische tegenhanger. Van Schelven zag het belang van handboeken wel in:
ze brengen ons immers op de hoogte „van de totaliteit van het drama, waarom het
ons bij ons historisch onderzoek te doen is"." Maar noch hij noch Goslinga bezat
de speciale habitus van de handboekschrijver, en anderen hebben zich niet ge-
meld.^" Was het omdat de geschiedenis bij het gereformeerde publiek weinig
leefde? Rijnsdorp noemt in zijn overzicht van de protestants-christelijke literatuur
voor deze periode zeer weinig historische romans. Hendrika Kuyper-van Oordt
heeft ze wel geschreven,^' en Gera Kraan-van den Burg," maar de oogst blijft
mager vergeleken bij de eerste decennia van de twintigste eeuw. Of zouden
misschien de historici de interesse te weinig hebben gevoed, zodat de stof niet
onder de aandacht van de romanschrijvers kwam? De schoolmeesters, die elke
week de vaderlandse geschiedenis vertelden, wisten bij kinderen de belangstelling
wel gaande te maken, en gingen ook voor hen schrijven. Ik noem nu alleen maar
W.G. van de Hulst en Johan van Hulzen, die op hun manier de tradities van
Gerdes en Van Lummel hebben voortgezet. Maar naar welke lectuur moesten hun
jonge lezers grijpen als ze eenmaal „Toen en A'M"zouden zijn ontgroeid?
Christelijke historici
Nu stonden de hoogleraren van de Vrije Universiteit natuurlijk niet alleen. Er
waren meer protestants-christelijke historici, en sinds 1920 hadden ze zich in een
Gezelschap verenigd." Te midden van de elf oprichters vinden we de neerlandist
Van der Laan en de theologen Kaajan en H.H. Kuyper. Goslinga en Van Schelven
zijn er bij, en voorts Breen, Itjeshorst, Kolkert, De Pater, Smit en Sneller. Deze
kern is snel aangegroeid tot enkele tientallen. De doctorstitel was voorwaarde voor
het lidmaatschap, doch men beperkte de keus niet tot gepromoveerden van wat nu
de subfaculteit geschiedenis heet. Tot op heden is dat een kenmerk van het
Gezelschap gebleven. Daarin schuilt thans — en school vermoedelijk ook destijds
— zijn voornaamste aantrekkingskracht: ontmoetingsplaats te zijn voor alle beoe-
fenaars van de historische wetenschappen. Van tijd tot tijd, doch niet precies om
de vijf jaar, heeft men lustrumbundels uitgegeven, met als hoogtepunten de
thematische bundels over „De zin der geschiedenis" in 1944, en „Groens Ongeloof
en Revolutie"in 1949.
Een opmerkelijk initiatiefis geweest de opstelling van een lijst van onderwerpen,
„waarvan de behandeling — van het standpunt eener christelijke geschiedbe-
schouwing uit gezien — voor bij uitstek wenschelijk moest worden gehouden".^" Ze
verscheen in 1941. De universitaire wereld kent thans zoveel prioriteitenlijsten van
allerlei aard en urgentie, dat we deze vrucht van zes jaar beraad met zekere scepsis
ter hand nemen. Maar enkele voornemens zijn werkelijk gerealiseerd. Er bestaat
nu een boek over de periodisering der geschiedenis (Leemtenlijst, A 10), en er is
een artikel verschenen over Nederland en de grote aardbeving van Lissabon
381
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's