Wetenschap en rekenschap - pagina 545
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
de mogelijkheden die nog in deze wereld liggen opgetast, het openings- of ont-
sluitingsproces van het in Gods schepping gelegde potentieel (GG II 616-623)
Het lijkt me met onjuist om op te merken, dat de leer van de gemene gratie naast
die van de antithese aan de beschouwingen van Kuyper principiële lenigheid maar
ook fundamentele onduidelijkheid verleende Men vergelijke bij voorbeeld Kuy-
pers Stone-lezingen over „Het Calvinisme en de wetenschap" ^n „Het Calvinisme en
de kunst" Enerzijds kon Kuyper hier op grond van het antithese-beginsel aan-
sporen tot calvinistische wetenschapsbeoefening en tot afbraak van de
„normalistische" wetenschap Anderzijds kon hij in een adem de afwezigheid van
typisch calvinistische kunst verklaren, ja, haar ontoelaatbaar noemen door op
grond van het leerstuk van de algemene genade te stellen, dat kunst immers een
gave van God is die christenen en met-christenen gelijkelijk bezielt (HC 156) Men
kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat Kuyper de leer van antithese en
gemene gratie soms hanteerde als een wisseltruc om beurtelings de presentie en
absentie van calvinistisch cultuuroptreden ideologisch te rechtvaardigen
In het verband van ons betoog moet ook worden opgemerkt, dat Kuyper nimmer
in staat gebleken is de verhouding van antithese en gemene gratie afdoende op te
helderen en ook op dit punt de scholastieke filosofie telkens weer in huis haalde
Aan de ene kant leert hij in reformatorische zin, dat heel de wereld onder Gods
oordeel hgt en eerst dankzij Christus' kruisverdienste in genade wordt aangeno-
men Van hieruit kan hij dan spreken over de „brede, alomvattende, kosmologi-
sche betekenis van het Evangelie" en wordt de gekruisigde Christus gezien niet
alleen als grond van de particuliere genade maar ook als koning van de gemene
gratie hier op aarde Dikwijls wordt het koningschap van Christus echter
vergeestelijkt en ontstaat er een soort dualisme in Kuypers denken Dan wordt
naast Christus als verlossingsmiddelaar Christus als scheppingsmiddelaar gesteld
Dan worden de werkingssferen van de partikuliere en de gemene gratie uiteenge-
trokken De sferen worden afzonderlijk rijken of terreinen, hoezeer Kuyper zich
hier ook tegen keren kan (GG II 630) En aangezien de gemene gratie in beginsel
de gehele schepping draagt, dreigt dan de particuliere genade al met al toch een
bovennatuurlijk en bovencreatuurlijk karakter te verkrijgen als mystiek verlangen
naar een bovenaardse zaligheid De scholastieke onderscheiding van natuur en
bovennatuur komt onder andere naam weer in zicht, ook aan de V U *
Geschiedenis en calvinistische beginselen
Afzonderlijke aandacht dient tenslotte gevraagd te worden voor Kuypers ge-
schiedenisbeschouwing Deze sluit aan bij zijn leer van antithese en gemene gratie
De geschiedenis wordt getekend als de worsteling tussen God en Satan, die zal
leiden tot de eindoverwinning van Christus Een augustimaanse visie' In zoverre
wordt Kuypers oordeel over het wereldleven in de civitas terrena echter verzacht,
dat hij hierin naast de inwerking van Satan ook telkens de doorwerking van Gods
539
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's