Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 83
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
van alle aan de bibhotheek besteedt, voor een zelfstandige universiteit
onvoldoende is.
14. Collectievorming
In 1960 was volgens het reglement aan de Bibliothecaris de gehele verant-
woordelijkheid met alle bevoegdheden inzake de bibliotheek opgedragen:
het budget, de collectievorming, het personeel, de ruimten en het meubi-
lair. Hij besliste in overleg met de Bibliotheekcommissie. Deze bepalingen
werden min of meer nageleefd. Om het beleid gericht op het tot standko-
men van één universiteitsbibliotheek te realiseren werd begonnen met het
beschikbaarstellen van formulieren waarop iedereen, zonder enige beper-
king, voorstellen tot aanschaf kon doen. Deze aanvraagformulieren be-
ginnen met het verzoek: „Hiermede stel ik U voor aan te schaffen": Door
deze formulieren verplicht te stellen moest ieder het reglementaire beshs-
singsrecht inzake de aanschaffingen erkennen. Tegelijk ontving ieder een
middel om zijn wensen kenbaar te maken.
De formele erkenning van het recht om inzake bestellingen te beslissen
heeft slechts administratieve betekenis, indien de bibliotheek niet in staat is
zelf een verantwoorde collectie op te bouwen. Daartoe is een wetenschap-
pelijke staf nodig die op verschillende gebieden van wetenschap weet
welke literatuur van belang is voor de universiteit. De Bibliothecaris kan
op vele gebieden wel zelf een algemene eerste collectie aanschaffen, maar
hij kan niet de wetenschappelijke ontwikkeling op alle wetenschapsgebie-
den bijhouden en tevens zorgen voor een systematische catalogus met een
indeling voor alle faculteiten, subfaculteiten en vakgroepen. Tot het eerste
personeel dat aangetrokken werd behoorde daarom naast een secretaresse
en twee bibliothecaresses met een bibliotheekopleiding, ook de twee eerste
wetenschappelijke bibliotheekmedewerkers: drs. A.0. Kouwenhoven als
sociaal geograaf en drs. P.C. Riesenbos als letterkundige. De eerste werd
tevens benoemd als hoofd medische bibliotheek en de tweede als catalo-
gusdeskundige.
De wetenschappelijke bibliotheekmedewerker of w.b.m. verzorgt in de
huidige organisatie de collectievorming en de systematische ontsluiting
daarvan voor de verschillende faculteiten, behalve voor de faculteit der
medische wetenschappen en die voor de wiskunde en natuurwetenschap-
pen. Voor die laatstgenoemde faculteiten zijn er nu elk twee w.b.m.'s
waarvan de éne het hoofd van de betreffende bibliotheek hoofdafdeling is
en de ander met name verantwoordelijk is voor de systemen om literatuur
over een zeer bepaald onderwerp op te zoeken. De collectievorming berust
bij het hoofd, maar de initiatieven komen van de vele gespecialiseerde
vakmensen uit deze faculteiten. Ook is voor deze faculteiten het tijdschrift
vaak van groter belang dan het beperkter aantal boeken, zodat de collec-
tievorming een ander accent heeft dan in de overige faculteiten.
De w.b.m. beheert namens de Bibliothecaris, nu namens de Biblio-
67
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's