Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 59
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Belangrijk was het aandeel dat Breen had in de Historische Tentoon-
stelling van de stad Amsterdam in 1925. Als Secretaris van Amstelodamum
had Breen er al vroeg op gewezen dat 1 mei 1925 de vereniging 25 jaar
bestond en op 27 oktober 1925 de stad Amsterdam op een ouderdom van
650 jaar kon bogen. Hij stelde daarom voor een historische tentoonstelhng
te houden. Op 27 februari 1924 komt het bestuur van Amstelodamum bij
de directeur van het Rijksmuseum, dr. F. Schmidt Degener, bijeen. Daar
werd overeenkomstig het voorstel van Breen besloten om een grote ten-
toonstelling te houden. Prof.dr. H. Brugmans wordt voorzitter en dr. Joh.C.
Breen secretaris van de tentoonstellingscommissie. Breen stelde een drie-
dehng voor: de periode van de middeleeuwen tot 1576, de periode van de
Republiek van 1576-1795 en de periode van de nieuwe tijd vanaf 1795. Ook
stelde Breen voor de eerste twee delen in het Rijksmuseum te organiseren
en het derde in het Stedelijk Museum.
De tentoonstelhng werd van 3 juh tot 15 september 1925 gehouden. De
toegangsprijs voor beide delen samen was ƒ 1,— en ƒ 0,60 als je met een
groep kwam. De opbrengst van ƒ 81.519,15 leidde tot een batig saldo. Uit
deze opbrengst blijkt dat de tentoonstelling in ruim twee maanden tussen
de 85.000 en 100.000 bezoekers heeft getrokken.*^ Van betekenis was de
overkomst (uit het Nationalmuseum te Stockholm) van het schilderij De
samenzwering van Claudius Civilis, door Rembrandt gemaakt voor het
Raadhuis op de Dam.*^
Bij het 25-jarig bestaan van Amstelodamum werd Breen geëerd met het
erelidmaatschap terwijl hij in hetzelfde jaar benoemd werd tot Officier in
de Orde van Oranje Nassau.
Vooral dr. A. Goslinga, die samen met dr. A.A. van Schelven in 1918
hoogleraar geschiedenis werd op de plaats waarvoor Breen in 1895 onge-
schikt werd geoordeeld, heeft bij zijn overlijden over Breen veel goeds
gezegd. Hij herdacht in zijn rectorale rede eerst „iemand, die anders nooit
miste, onzen vriend en broeder Breen". Daarna schreef hij het Levensbe-
richt van Dr. Joh.C. Breen en tenslotte verzorgde Goslinga in 1934 voor
Amstelodamum de bundel: Uit Amsterdam's verleden: studies van wijlen dr.
Joh.C. Breen. In die twee publikaties worden de vele artikelen van Breen
vermeld, waarbij uiteraard ontbreekt de in 1953 postuum verschenen stu-
die over ,De grenzen van de vrijheid en van de omwaUing der stad Am-
sterdam in de XIV en XVe eeuw'.'*''
9. / . Wille en T.D. Smid
Reeds een week na de begrafenis van dr. Breen en wel op 19 maart 1927
vergaderen Directeuren in het Kuyperhuis met een paar adviserende
hoogleraren.
De voorzitter Colijn komt pas later binnen. Prof.dr. A.A. van Schelven
stelt om te beginnen, als nieuwe Bibliothecaris een predikant voor. Prof dr.
F.W. Grosheide zou echter speciaal prof.dr. J. Wille willen aanbevelen, die
43
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's