Wetenschap en rekenschap - pagina 166
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
M KUILMAN
rooms-katholieke — organisaties. Ten derde: In de wijze waarop de wetenschap-
pelijke psychiatrie zich ontwikkelt, worden tendenties zichtbaar met een voor
velen bedenkelijk karakter. Ontmythologisering dreigt uit te lopen op de schep-
ping van een ontluisterd, gesloten en materialistisch mensbeeld. Ten vierde: De
manifestatie van krankzinnigheid heeft de mens van ouds geboeid, niet in de
laatste plaats omdat daarin op vaak groteske en catastrofale wijze de existentiële
thema's van schuld, zorg, ontmoeting, macht, leven en dood tot uitdrukking
worden gebracht. Wie geen genoegen neemt met de schrale conceptie van het
materialistisch positivistisch denken, blijft streven naar een ontmoeting, waarin de
zieke mens zich vanuit de gebrokenheid van zijn existentie aan de ander open-
baart. Het medische speurwerk naar pathogene processen achter de symptomen is
voor hen van een andere, soms zelfs als inferieur gekwalificeerde orde.
In 1875 verschijnt van de hand van de christelijk-gereformeerde dominee Lucas
Lindeboom een brochure waarin hij de vraag aan de orde stelt naar de stand van
zaken met betrekking tot de christelijke zorg voor zieken, krankzinnigen, doof-
stommen en blinden. Een uitgebreide beschrijving van de toenmalige gebeurte-
nissen treft de lezer aan in een overzichtsartikel van Wieringa.
Lindeboom houdt een vurig pleidooi voor de missionaire taak van de kerk ten
aanzien, van de kwetsbare, geestelijk en lichamelijk geschonden minderheids-
groepen en hij legt daarbij een bijzondere belangstelling aan de dag voor de
krankzinnigen. Het gaat dan overigens niet uitsluitend om de christelijke verzor-
ging van zijn minder bedeelde broeders en zusters. Zijn vooruitziende blik voor-
spelt hem dat men in de toekomst niet zal kunnen volstaan met christelijke charitas
alleen. Met grote nadruk wijst hij op de wenselijkheid van een christelijke weten-
schapsbeoefening, in het bijzonder in de psychiatrie. Daartoe is het nodig om
eigen opleidingen te creëren. Die noodzaak blijkt uit de schrale stand van zaken
met betrekking tot het wetenschappelijk niveau van het toch al ontoereikende
aantal geneesheren. De verontrustende tendenties in de toenmalige psychiatrische
wetenschapsbeoefening rechtvaardigen voor Lindeboom de eis om de begeerde
opleiding in eigen huis te krijgen. Een parallel met de problemen rond het chri-
stelijk onderwijs dringt zich op. Niet ten onrechte legt Lindeboom een zeker
ongeduld aan de dag. De andersdenkenden zitten immers niet stil, getuige bij-
voorbeeld de oprichting van de Vereeniging voor Ziekenverpleging te Amsterdam
in 1878. Lindeboom is zich de urgentie van de situatie terdege bewust. In 1883
voert hij op een centrale pastorale conferentie het woord en bij die gelegenheid
spoort hij zijn gehoor nog eens aan tot actie. Een jaar later vindt onder zijn
energieke leiding de oprichting plaats van de „Vereeniging tot christelijke verzor-
ging van krankzinnigen en zenuwlijders in Nederland". Zoals reeds werd opge-
merkt beperkte de doelstelling van de vereniging zich niet tot hetgeen haar naam
suggereerde. Lindeboom pleit van meet af aan voor de beoefening van een chris-
telijke wetenschap in de psychiatrie en derhalve voor een eigen opleiding van
geneeskundigen. Het is overigens niet gemakkelijk om te ontdekken wat hem nu
162
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's