Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 543

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 543

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT

Opendoen van het geestelijk oog en een nu ontwaren van een ander, ons in alles

overtreffend. Wezen, dat in ons eigen wezen verschijnt" (EG II 219). Hier blijkt de

samenhang van Kuypers kenbeschouwing en mensbeschouwing.

Welbeschouwd wendde Kuyper zich echter óók af van de moderne kennistheorie.

Hij keerde zich tegen Descartes, volgens wie aan de mens als redelijke substantie

weliswaar de Godsidee was ingeprent zonder dat toch de menselijke kennis een

opening had naar God zelf, een venster zou zijn op de eeuwigheid. Hoe verrassend

Kuypers opstelling in dezen is, kan worden beseft, zodra men bedenkt, dat nage-

noeg heel het westerse rationalisme is verder gegaan in het voetspoor van Des-

cartes en van diens opvatting, dat de menselijke rede niet naar middeleeuws model

beschouwd moest worden als een substantia incompleta maar als een komplete in

zichzelf gesloten substantie. Het gevolg van diens zienswijze was, dat de rede kwam

te staan tegenover de wereld van de lichamelijke uitgebreidheid en zich met de

laatste hooguit accidenteel kon verbinden. Is het niet dit axioma van de gesloten

menselijke rede geweest, dat de middeleeuwse metafysische problematiek inzake

de ontologische samenvoeging van geest en stof of van ziel en lichaam achter-

haalde en in plaats hiervan de kentheoretische problematiek pousseerde inzake de

te overbruggen kloof tussen denksubject en kenobject en deze verhief tot het

grondvraagstuk van de westerse wijsbegeerte? Zo gezien, betekent Kuypers con-

ceptie van het geloof als een opening van het menselijk bewustzijn als zodanig naar

de Schepper en zijn schepping, hoe weinig ook uitgewerkt, een algehele door-

kruising van de vanzelfsprekendheid van deze westerse denktraditie.

Ter voorkoming van mogelijk misverstand, zij hier zijdelings opgemerkt, dat

Kuyper het geloof niet alleen structureel maar ook inhoudelijk kon opvatten,

namelijk als zaligmakend geloof, en dat hij het in dat geval ook wel degelijk zag als

een genadegave van God. Beklemtonen wilde hij echter, dat de geloofs5/n(c?Mw/-

(de openheid naar God) inherent is aan de menselijke natuur en als zodanig juist

geloof (vertrouwen) èn ongeloof (afkerigheid) mogelijk maakt. Gezien vanuit

Gods scheppingsorde is het ongeloof óók een vorm van geloven, maar dan één die

een „schending" van de scheppingsorde inhoudt (EV II 296). Hiertegenover is het

ware geloof geen bovennatuurlijke of bovencreatuurlijke gave, maar een rich-

tingsverandering, een genadig herstel van de geschapen maar geschonden crea-

tuur zelf.

Ondertussen mag niet onvermeld blijven, dat Kuyper in de wetenschapsbeschou-

wing van zijn Encyclopaedic]ms\. sterk beïnvloed blijkt door de genoemde westerse

kennistheorie. Hij stelt daar dat de mens van meetaf de wereld kennend tegemoet

treedt in het schema van het denksubject, te verstaan als het algemeen menselijke

bewustzijn, dat zich geplaatst ziet tegenover de objectieve werkelijkheid in de zin

van „al het bestaande" (EG II 10). In het object onderscheidt Kuyper vervolgens

„momenten en relatiën", waarbij hij onder „momenten" de zinlijke indrukken

verstaat, waarmee het menselijk voorstellingsvermogen correspondeert, en onder

„relatiën" de wetmatige samenhangen, waarmee dan het menselijk denkvermogen

correspondeert (EG II 21). Deze onderscheiding van momenten en relatiën is in

537

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 543

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's