Wetenschap en rekenschap - pagina 346
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
B SIERTSEMA
H J POS EN HET SPREKEN VAN DE SLANG
Als student was Pos reeds opgevallen wegens zijn „wetenschappelijke aanleg" en
zijn „denkvermogen" dat „ver boven het gemiddelde" uitstak Na zijn studie in de
klassieke talen aan de Vnje Universiteit had hij linguïstiek en wijsbegeerte gestu-
deerd in Heidelberg, Freiburg i B en Parijs, en was twee maal gepromoveerd in
1921 in Heidelberg en in 1923 aan de Vrije Universiteit (cum laude), op dissertaties
over de basisprincipes van linguïstiek en filologie '^
Daar deze geleerde bovendien met de grondslag ondubbelzinnig zijn instemming
had betuigd, „met alleen door het onderteekenen van de voorgeschreven formule
bij zijne promotie, maar ook in gesprekken met leden van de faculteit",'^'' besloot
deze laatste in juli 1923, Pos voor benoeming voor te dragen
De voordracht van Curatoren aan Directeuren hield in. Pos te benoemen voor
„Algemeene taalwetenschap, Encyclopaedic der philologie en de Klassieke Phi-
lologie, met name de taal- en letterkundige ontwikkeling van het Latijn en
Gneksch in den Keizertijd, waaraan eventueel andere vakken kunnen worden
toegevoegd" ""
Voor het eerst bevat hiermee een voordracht aan de Vrije Universiteit expliciet de
term „Algemene taalwetenschap", dit vak was nl inmiddels in het Academisch
Statuut opgenomen en de faculteit had dit feit gebruikt om de voordracht nog
meer gewicht te geven „Hierdoor ( = door het voorstel Pos te benoemen, BS) wordt
tevens voldaan aan het voorschrift van het Academisch Statuut om Algemeene
Taalwetenschap te onderwijzen, welk vak een met onbelangrijk deel vormt van
het candidaatsexamen in de Klassieke letteren" '^ Over het belang van algemene
taalwetenschap als onderdeel van de andere talenstudies wordt nog met gerept
Toch omvatte de faculteit der Letteren aan de Vrije Universiteit in die tijd reeds
een sectie Nederlandse en een sectie Semitische taal- en letterkunde (en een sectie
geschiedenis), en kreeg zij bij Koninklijk Besluit S 438 in oktober 1924 gelijke
rechten als de Rijksuniversiteiten t a v haar doctorale examens Op 30 mei 1924
dan aanvaardde de toen 25-jarige H J Pos het hoogleraarsambt aan de Vrye
Universiteit, met een rede over Algemeene Taalwetenschap en Subjectiviteit,'^
daarmee tredend in de voetsporen van haar stichter (zie boven) Pos eindigt deze
oratie met de niet onjuiste beschrijving van de algemene taalwetenschap als een
„werkprogramma" Ook hier treffen weer taal en stijl, evens echter het abstracte
van dit „werkprogramma" het zoeken naar ,,de idee" van de taal, waarmee Pos
ongeveer bedoelde datgene wat het wezen van de taal uitmaakt
„Zoo blijkt algemeene taalwetenschap eerst recht een program van arbeid Alles wat taal is,
heeft deel aan de idee der taal en zo is in de meest afgelegen velden der ervaring de idee niet
zoek Het doel der algemeene taalwetenschap is het hoogste doel van het kennen op het
gebied der talen namelijk het zoeken der idee De idee is niet buiten de ervaring Hare
benadering geschiedt door alle graden van concreetheid en abstractie heen in den
menschelijken arbeid der wetenschap die zich ter wille van de subjectiviteit noodzake-
340
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's