Wetenschap en rekenschap - pagina 112
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A. D I E P E N H O R S T
mishaagde en hij zichzelf als Amsterdams patriciër beschouwde, die zich — wat
jongere ambtgenoten van bescheidener allure niet zou voegen — kon veroorloven
een wit vest te dragen.
Toch hoede men zich voor een karikaturale tekening van een over éénenveertig
jaar zich uitstrekkend, in 1921 vanwege de benoeming tot staatsraad door cura-
toren tegen de wil van betrokkene beëindigd professoraat dat ook na 1904 bij
beperking der docerende werkzaamheid nagenoeg het gehele terrein der rechts-
wetenschap bestreek en dat bovendien nog aan kerkelijke en politieke activiteit
was gepaard gegaan met als piece de resistance het hoofdstedelijke raadlidmaat-
schap van 1891 tot 1919, waarvoor een bevoegd beoordelaar, de socialist Tak,
meer dan eens waardering had geuit vanwege deskundige, ook om het stadsbeeld
zich bezorgd makende bijdragen aan het debat. Wanneer Fabius zich niet in
bespiegelingen, hetzij van staatsrechtelijke, hetzij van beslist alledaagse aard ver-
loor, besteedde hij zijn juridisch vernuft verdienstelijk. Hij kon over de algemene
maatregel van bestuur, het onderzoek naar het vaderschap, de autonomie der
gemeente, de regeling van de buitenlandse betrekkingen en de taak te dezen van
de Staten Generaal op behartigenswaardige wijze schrijven. Zijn bestrijding van
de bestuursinrichting der Nederlands Hervormde Kerk — Het reglement van 1852
— is, al loopt hij op de feitelijke gelding van genoemd reglement vast, juridisch zeer
geslaagd.
Het is waar dat hij nooit het peil haalde door Modderman, Van Boneval, Faure,
Van Hamel of Struycken bereikt; desondanks verrast soms zijn veelzijdigheid. Hij
mag zijn tegenstanders zelden overtuigd hebben, hij zeide hen waar het volgens
hem op stond. Gratama, Modderman, J. Heemskerk Azn., Van der Vlugt, Levy,
Krabbe, liberale en socialistische politici heeft hij de les gelezen. Een briljant
spreker of schrijver mocht hij echter niet worden genoemd, ofschoon hij zich
keurig uitdrukte. De snel gewekte irritatie wordt af en toe door een zekere leukheid
verzacht. Enige theatraliteit lijkt aanwezig, die op mogelijk bedwongen romantiek
wijst. Fabius, laat getrouwd en tegenover Kuyper de betekenis van de ongehuwde
hoogleraar voor de volksgeest verdedigend, heeft aardig over het huwelijk ge-
schreven, is ook een goed, indien dan al patriarchaal echtgenoot geweest. Niet
gemakkelijk, overgevoelig, minder betekenend dan hij voorgaf te wezen, een
enkele keer — in 1919 — als raadslid teruggeschoven, beslist niet, ook niet als hij
ietwat uit de hoogte omgang met studenten zocht, een beminnelijk mens, heeft hij
nimmer het respect van die hem kenden verloren. Merkwaardig is dat hij door
sommige leerlingen, die hij zijn vertrouwen schonk, zonder ze ooit als echte
commilitones te bejegenen, steeds opvallend in ere is gehouden.
Jhr. A.F. de Savornin Lohman — later dikwijls de grote Alexander genoemd —
heeft het aan de Vrije Universiteit niet gemakkelijk gehad. Desondanks was hij de
enige hoogleraar uit het eerste tijdperk die een nu nog, zo niet gelezen dan
tenminste bekendheid genietend boek als vrucht van zijn afgebroken academische
werkzaamheid Onze constitutie heeft laten verschijnen. De eerste druk dateert van
1901 met de geladen en bittere eerste volzin uit de inleiding: „Als hoogleraar
108
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's