Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 17
volgen. Laat ik het zo zeggen: de keuze van de onderwer-
pen waarover hij college gaf lag volstrekt buiten de belang-
stellingssfeer van ons chemici. Hij heeft bijvoorbeeld voor
ons als eerstejaars drie maanden lang een college gegeven
waaruit moest worden geconcludeerd dat een differen-
tiaalquotiënt geen quotiënt is! Overigens was het duidelijk
dat Koksma als mens geestig en gevat was."
U bent assistent bij prof. Coops geweest. Welke
herinneringen hebt u aan hem?
„Ik wou eerst iets zeggen over zijn werk.
Hij stond voor een onmogelijke taak om de gehele chemie
aan ons te doceren, met uitzondering van de anorganische
chemie, die de heer dr. E. van Dalen placht te doceren.
Coops doceerde: organische chemie, fysische chemie,
fasenleer, de colloidchemie, de elektrochemie en de ste-
reochemie. Veel te veel dus. Zijn colleges waren meestal
saai. Maar duidelijk was dat hij dol was op zijn vak en dat
hij dat aan ons wilde overdragen.
De betekenis van Coops ligt naar mijn mening in de goede
keus die hij wist te maken voor onderzoek. Toen op 't eind
van de dertiger jaren interessante onderzoeksresultaten
van de scheikundige afdeling van de V.U. bekend werden,
steeg zijn gezag aanmerkelijk. Als voorbeeld noem ik hier
het onderzoek van W.Th. Nauta, de latere hoogleraar,
over tetra-mesityl-aethaan. Ik zelf werkte op het gebied
van de verbrandingswarmte.
Coops was meesterlijk in zijn constructieve inzicht in
apparatenbouw en was bovendien wonderlijk technisch
begaafd. De door ons ontworpen verbrandingscalorimeter
is nog steeds in gebruik, en dat is uniek in de chemie! Toen
ik als assistent verbrandingsexperimenten deed, toonde hij
daarvoor grote belangstelling. Geen inspanning was hem
te veel om de hoogste nauwkeurigheid in dit werk te
bereiken. Dat had mee als achtergrond het feit dat hij
achteraf de resultaten van het werk dat hij zelf op dit
gebied met prof. P.E. Verkade —hij is onlangs overle-
den — had gedaan, toch nog te onnauwkeurig vond.
Een bijzonderheid, waar ook zijn karakter uit spreekt, is
dat hij zijn dissertatie. De stereoisomerie der wijnsteenzu-
ren in verband met de complexvorming met boorzuur,
waarop hij in 1924 cum laude te Delft onder prof dr.
J. Böeseken was gepromoveerd, niet in de bibliotheek van
het laboratorium wilde hebben. Hij vond hem niet meer
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's