Wetenschap en rekenschap - pagina 36
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J WIERINGA
waardenng van overgeleverde overtuigingen, mede op grond van ontwikkelingen,
die hadden plaats gevonden en nog steeds plaats vonden
Op grond van een en ander concludeerde de commissie, dat de Vrije Universiteit
de student slechts dan in aanraking kon brengen met wat voor haar het wezenlijke
was, indien zij in haar beleid het blijken, dat zij hem in zijn streven naar een
zelfstandige en kritische houding accepteert, hem niet per definitie gebonden acht
aan bepaalde opvattingen en zeden van de groeperingen, die achter haar staan en
voorts dat beleid gekenmerkt wordt door openheid en objectiviteit en getuigen van
een reëel vertrouwen in de kracht van de door haar verdedigde waarden Maar dan
zou ook al het mogelijke moeten worden gedaan ter versterking van de christelijke
gemeenschapsgedachte De universiteit zou voorts ook haar pretenties als chris-
telijke instelling moeten verduidelijken en tevens aangeven hoe zij deze wil
realiseren Daartoe was gezamenlijk beraad nodig, waarbij ook de studenten
zouden moeten worden betrokken En tenslotte achtte de commissie ook de tijd
gekomen om de reformatorische basis van de universiteit te verbreden, want om
ook feitelijk te kunnen bestaan had de universiteit deze verbreding van de basis
zonder meer nodig
Er mag zonder enige restrictie worden geconstateerd, dat de commissie zich
breed en grondig over de haar voorgelegde problematiek heeft bezonnen Zij
heeft zich daarbij ook, om het zo te formuleren, midden in de tijd opgesteld Zij
had de problematiek goed in kaart gebracht en daarbij ook wegen en middelen
aangegeven, die tot een verbetering van de situatie van het christelijk weten-
schappelijk onderwijs zouden kunnen leiden en tevens tot een actuelere profile-
ring van het bijzondere karakter der Vrije Universiteit Met de grondslag zelf der
universiteit had zij zich echter niet bezig gehouden, hoewel deze ook reeds aan de
orde was gesteld Op de jaarvergadering der Vereniging van 1962 namelijk,
waarop de geestelijke situatie van de Vrije Universiteit ter sprake was gekomen,
hadden directeuren en curatoren toegezegd, dat een bezinning daarop zou plaats
vinden Dit werd de taak van de z g grondslagcommissie Deze kreeg tot opdracht
te adviseren over een nadere formulering van de gereformeerde beginselen zoals
genoemd in artikel 2 van de statuten der Vereniging en over de betekenis van deze
beginselen voor het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs in de onderscheiden
takken van wetenschap In het antwoord van de senaat op deze door directeuren
geformuleerde opdracht werd de doelstelling der commissie op enigszins andere
wijze verwoord, namelijk „bezinning in de breedste zin van het woord over de
grondslag en zijn betekenis voor de verschillende wetenschappen" In de com-
missie kregen zitting twee directeuren, twee curatoren en elf hoogleraren uit de
onderscheiden faculteiten Naar aanleiding van de werkzaamheden der commissie
— ZIJ ging van start in het begin van 1965 — ontstond in de jaarvergadering der
Vereniging van medio 1965 enige commotie, toen door directeuren werd voorge-
steld artikel 12 van de statuten, waarin de onveranderlijkheid van de grondslag
was vastgesteld, in die zin te wijzigen, dat een eventuele verandering mogelijk
gemaakt zou worden Men besloot toen een Raad van Bijstand in te stellen, die
32
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's