Wetenschap en rekenschap - pagina 206
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
ï
1
il
(1 H L LANGEVOORT
bestudering van vele honderden wetenschappelijke publicaties, die op het gebied
van hart- en vaatziekten en longziekten van doorslaggevende betekenis zijn ge-
weest voor latere klinische vorderingen, bleek, dat ruim 61% uit fundamenteel
wetenschappelijk onderzoek bestond, en betrekking had op werkingsmechanis-
men van cellen, weefsels en organen en niet op diagnose, therapie of preventie van
« ziekten. Klinisch onderzoek werd in 21% van de publicaties gevonden. Voorts
j bleek dat 41% van de onderzoekingen niet klinisch gericht was op het moment,
waarop het onderzoek werd gedaan. Anders gezegd: 41% van de onderzoekers
hadden geen belangstelling voor een bepaald klinisch probleem, toen zij hun
onderzoek verrichtten. Hun doel was wetenschap omwille van de wetenschap.
'j Het onderzoek van Comroe en Dripps, dat in de Verenigde Staten sterk de
aandacht heeft getrokken,-^ leidt tot de conclusie dat bij het opstellen van een
wetenschapsbeleid voor geneeskunde het fundamenteel medisch onderzoek een
hoge prioriteit verdient.
Het wetenschappelijk onderzoek van de faculteit der geneeskunde van de Vrije
*i Universiteit is na de oprichting in 1950 langzaam op gang gekomen. Verschillende
1 factoren speelden hierbij een rol. In de eerste jaren vroegen de organisatie van het
onderwijs en de inrichting van laboratoria veel tijd en aandacht. Afgezien van de
fysiologie, die gehuisvest was in het gebouw Valeriusplein 11, dat in opzet ook
werkelijk bedoeld was als „Physiologisch Laboratorium", vonden de overige
vakken provisorisch onderdak in enkele herenhuizen in de naaste omgeving.
Bovendien rustte op de nog kleine groep docenten tevens de taak mee te werken
aan de planning van nieuw te bouwen laboratoria en van het academisch zieken-
huis, dat uit niets moest worden geschapen. Daar kwam bij, dat juist vanwege het
(nog) ontbreken van gebouwen en voor het onderzoek noodzakelijke voorzienin-
gen een aantal docenten in deeltijdse dienst was. Vooral het ontbreken van een
eigen academisch ziekenhuis en daardoor ook van de mogelijkheid om specialis-
ten op te leiden was een groot nadeel. Een nieuwe fase in de ontwikkeling van de
faculteit trad dan ook in, toen in november 1964 een begin kon worden gemaakt
met het in gebruik nemen van het AZVU en eind 1967 het huidige gebouw van de
faculteit der geneeskunde aan de van der Boechorststraat kon worden betrokken.
In die jaren vond een sterke toename plaats van het aantal medische studenten.
Met een beduidend kleiner aantal docenten en stafleden heeft de medische fa-
culteit van de V.U. vanaf 1966 jaarlijks evenveel studenten opgenomen als oudere
en volgroeide zusterfaculteiten. Extra inspanning werd gevraagd, toen de faculteit
in 1968 vrijwel van de ene dag op de andere de opleiding van tandartsen op zich
nam. Als gevolg van het in werking treden van de Wet Universitaire Bestuurs-
hervorming, werd door de faculteit een commissie voor wetenschapsbeoefening
ingesteld. Deze commissie begon in 1974 met een inventarisatie van het in de
faculteit verrichte wetenschappelijk onderzoek. Het resultaat is opgenomen in het
! projecten overzicht 1974 van het wetenschappelijk onderzoek aan de Vrije Uni-
' versiteit. In 1976 is door de commissie wetenschapsbeoefening een tweede inven-
202
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's