Wetenschap en rekenschap - pagina 436
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J G.KNOL
voleinding en der wederkomst van Christus"^.
Het verschil met de traditionele economie is dat de inhoud van het economisch
handelen een andere betekenis krijgt. Niet het streven naar een maximale be-
hoeftenbevrediging, maar het streven naar verder liggende doeleinden. Vandaar
ook in zijn analyse beschrijvingen van uitwassen en het aanbevelen van het
onderhouden van bijbelse geboden.
In principieel dezelfde richting gaat ook Diepenhorst, die in zijn „Leerboek van de
Economie" stelt dat ,,waar de economie zich bezig houdt met den mensch in
verhouding tot de stoffelijke goederen, zij te doen heeft met de vollen mensch met
wiens volle persoonlijkheid dient gerekend te worden'"*.
Ook hier weer de opvatting dat het gaat om de leer van het menselijk handelen.
Een christelijke economie past in een ander mensbeeld.
In de economische wetenschap van Diepenhorst is er niet zomaar een economisch
subject dat naar maximale behoeftenbevrediging streeft, maar moet er meer zijn.
In een „christelijke" analyse vindt men dan ook een beschouwing over de rechten
en plichten van de ondernemers in hun relatie tot de arbeiders; en een dergelijke
beschouwing betreft dan ook de arbeiders, de overheden. Men vindt er beschrij-
vingen van het gevaar van rijkdom en de ellende van armoede. Men schrijft over
weelde en tekort, over arbeidsonrust en staking.
Dat dit ethicisme soms tot vreemde kentheoretische beschouwingen leidt, vindt
men bijvoorbeeld in het boek van C. Smeenk, Christelijke Sociale Beginselen. Hij
neemt afstand van de zogenaamde homo-economicus en stelt daartegenover dat
,,bij de theoretische economie, evenals bij de economische politiek, gerekend moet
worden met het feit dat de mensch een zondaar is'".
De gevolgen van de introductie van het zondaar-zijn is kentheoretisch echter
weinig zeggend: ,,Het is zonde dat maar al te dikwijls de motor van het eigen
belang sterker trekt dan geoorloofd is, maar het is daarom niet minder een feit.
Christenen . .. kunnen toch wel moeilijk volhouden dat de theoretische economie
zich zover van de werkelijkheid verwijdert, wanneer zij de drijfveer van het eigen
belang van zeer grote betekenis acht en daarmede vooral bij haar uiteenzettingen
rekening houdt. Zij kan daarbij fouten maken. Haar conclusies kunnen in be-
paalde gevallen zelfs niet geheel logisch zijn. Critiek is dan wenselijk en gebo-
den"^
Voor de moderne waardevrije economist is dit inderdaad een bizar antwoord.
Immers in de moderne economie behoren de motieven van vragers en aanbieders
tot de gegevens. De moderne economist interesseert zich voor de vraag in hoeverre
dit alles invloed heeft op prijzen en hoeveelheden. Zo is voor de vraag naar
consumptiegoederen het theoretisch probleem aldus te formuleren:
Gegeven een consument A met bepaalde motieven en allerlei behoeften, be-
schikkend over een inkomen en geconfronteerd met een zekere prijsverhouding
tussen goed X en Y, kan wetenschappelijk worden bepaald de hoeveelheden van X
en Y die consument A in een bepaalde periode vraagt.
In de moderne terminologie stelt men dat het „zondaar-zijn" tot de gegevens
430
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's