Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 81
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
instituutsbibliotheken blijvend tegen te kunnen houden. Het was daarom
erg gelukkig dat het eerste verzoek dat door Directeuren aan de nieuwe
Bibliothecaris gedaan werd, in november 1960 was: het maken van een
program van eisen voor een nieuwe bibliotheek behorende bij het nieuwe
hoofdgebouw van de universiteit. Er was een schets van Höweler bestaan-
de uit een reeks studiezalen. In het nieuwe program van eisen werd een
belangrijk grotere bibliotheekomvang gevraagd, met de eis van centrale
ligging en een geleding naar elk van de faculteiten toe zodat deze geen
behoefte zouden hebben aan afzonderlijke bibliotheekruimten. Het
hoofdgebouw zou namelijk alle faculteiten herbergen behalve die voor de
wiskunde en natuurwetenschappen en de medische faculteit.
Bij het honderdjarig bestaan van de Vrije Universiteit kan het eigen
karakter van de bibliotheek het beste als volgt onder woorden gebracht
worden: een middelkleine, zelfstandige maar volwaardige universiteitsbi-
bliotheek zonder afzonderlijke instituutsbibliotheken met een belangrijke
collectie op het gebied van het Nederlands gereformeerde protestantisme
uit de laatste anderhalve eeuw. Dit karakter is wat anders dan het door
Breen en Wille bedoelde principieel karakter. In de volgende hoofdstuk-
ken en andere bijdragen wordt nog iets specifieker op dat karakter van de
bibliotheek ingegaan.
In 1960 werd de V.U.-bibhotheek vergeleken met die voor de nieuwe
T.H. te Eindhoven. De Vrije Universiteit had van 1880 tot eind 1960 voor
de bibUotheekcollectie in totaal ƒ 835.000,— uitgegeven. De T.H. Eindho-
ven had in vier jaar van haar bestaan, 1957 tot eind 1960, totaal ƒ 928.000,—
besteed. Dit hogere bedrag werd dus alleen voor de technische weten-
schappen uitgegeven.
De begroting 1961 van de T.H.E. voor de collectievorming was
ƒ315.000,- en van de gehele V.U. voor datzelfde doel ƒ 173.850,-. De
V.U.-bibliotheek telde 6 personeelsleden en de T.H.E.-bibüotheek reeds
25. De nieuwe Bibliothecaris kwam in 1960 uit Eindhoven, zodat zijn
vergelijking een programma inhield. Op zijn kamerdeur schreef hij het
getal 5.4.6, hetgeen betekende dat 5 x zoveel ruimte, 4 x zoveel budget en
6 x zoveel personeel als aanwezig, voor de V.U.-bibliotheek nodig werd
geacht.
Een kwart eeuw geleden schreef Höweler over de verhouding tot de U.B.
van Amsterdam: „nu beide universiteiten sterk gegroeid zijn en de behui-
zing van de U.B. nog vrijwel dezelfde is als dertig jaar geleden, zou over-
belasting van de U.B. dreigen indien de V.U. niet over een eigen boekerij
beschikte". Inmiddels telt de Vrije Universiteit meer studenten dan toen de
beide Amsterdamse universiteiten samen, terwijl het aantal studenten van
de Gemeente Universiteit daarna nog meer dan verdubbelde. Met die
gegevens is het achteraf volkomen duidelijk dat de V.U. niet alleen over
een eigen boekerij maar over een volwaardige universiteitsbibhotheek
moest gaan beschikken.
Als volwaardige U.B. is er echter nog steeds sprake van een achterstand.
65
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's