Wetenschap en rekenschap - pagina 237
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
N A T U U R K U N D E EN S C H E I K U N D E
krachten die er bij in het spel zijn
Deze tendens, die nadruk legt op structuur en functie in plaats van op de vraag
wat „is" het in wezen, komt behalve in de natuurkunde en scheikunde, ook voor in
vele andere wetenschappen
2 1 3 Abstractie
Zoals zijdehngs in het voorgaande al duidelijk werd, gebruiken de natuur- en
scheikunde al meer abstracte, wiskundig geformuleerde theorieën De begrippen
worden door symbolen weergegeven en hun kwantitatieve maat komt voor in de
formules van de opgestelde theone Een schakel tussen de atomaire verschijnselen
en de theorie is het model De aanschouwelijke waarde van deze atoom- en
kernmodellen is vaak gering en geeft aanleiding tot misverstanden Ze verschaffen
voornamelijk de mogelijkheid tot een zodanige taalvorming dat men kan spreken
en denken over zaken, die niet of slechts zeer indirect, toegankelijk zijn voor de
zintuigelijke waarneming De theoretische vormgeving overheerst hierbij het
spraakgebruik Een bekend voorbeeld hiervan is het spraakgebruik in de quan-
tummechanica over het deeltjes- en het golfkarakter der materie Hierachter ligt
een zeer wezenlijke problematiek die, na diepgaande discussies, gevoerd heeft tot
een grote mate van overeenstemming, door de interpretatie van deze aspecten als
complementaire eigenschappen (Bohr) Dit resulteerde in een nauwkeurige vast-
stelling van de grenzen van hetgeen op sub-microscopische schaal onder kenbaar
is te verstaan
De abstractie gaat nog steeds verder in bv de klassificatie van het groot aantal
deeltjes, dat in de hoge-energie-fysica gevonden is met de methoden uit de groe-
pentheorie
De abstracte basistheorie van grote gebieden van de natuur- en scheikunde is de
quantum-mechanisch geformuleerde atoomtheorie Hierdoor zijn er overeen-
komsten ontstaan in het onderzoek van onderdelen van de natuur- en scheikunde
als de fysica van de vaste stof en de fysische chemie, de theoretische scheikunde en
de theoretische natuurkunde Hieruit groeit een — zij het ook een nog vrij zwak —
tegenwicht tegen het uiteenvallen van deze wetenschappen in afzonderlijke deel-
gebieden
2 1 4 Deel en geheel
Er IS een tendentie, die een steeds verdergaande splitsing van de natuur- en schei-
kunde in zelfstandige onderdelen bevordert De scheikunde heeft vanouds vele
onderafdelingen gekend, die op verschillende onderwerpen gericht waren en ook
verschillende methoden gebruikten de analytische-, de anorganische-, de orga-
nische scheikunde, de electro- en colloidchemie enz In de natuurkunde werden de
aanwezige deelgebieden langer bijeengehouden omdat er, veel eerder dan in de
scheikunde, theorieën waren ontwikkeld, als de mechanica, de electrodynamica en
de statistische mechanica, die grote groepen van verschijnselen onder een uit-
gangspunt brachten Gedurende de laatste vijftig jaar zijn de onderdelen van de
233
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's