Wetenschap en rekenschap - pagina 418
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J.G.KNOL
ving gaat. Het beslissend economisch subject moet naar voren worden gehaald en
dat betekent een definitieve breuk met de objectieve waardeleer.
4. De subjectieve waardeleer
Zoals reeds is opgemerkt ontstaat er in de tweede helft van de 19e eeuw steeds
meer kritiek op de arbeidswaardeleer van Ricardo. Men gaat op zoek naar een
meer algemene waardeverklaring en men wijst op drie tekortkomingen van Ri-
cardo's arbeidswaardeleer bij de verklaring van:
a. de prijzen van goederen met een gefixeerd aanbod zoals kunstwerken.
b. de prijzen van goederen waarbij het aanbod een overschot vertoont.
c. de verschillen in prijzen tengevolge van de heterogeniteit van de arbeid.
Men gaat op zoek naar een algemene verklaring van de waarde van alle goederen.
Schumpeter heeft de introductie van deze nieuwe waardeleer teruggebracht tot de
wens om te komen tot „a construction devised for purposes of analysis and to be
judged in the light of considerations of analytical usefulness and convenience".
Dus een waardeleer om de allocatie te kunnen analyseren".
En om deze algemene waardeverklaring te kunnen vinden, ontkent men de zin van
de klassieke idee van de waarde als een eigenschap en introduceert men daarvoor
in de plaats de waarde als een algemene relatie tussen mens en goed. Men neemt
afstand van de idee van een soort natuurlijke prijs en concentreert zich op de
marktprijs.
De kern van de leer is dat de nuttigheid de waarde van een goed bepaalt. Maar
de nieuwe generatie van economisten heeft slechts belangstelling voor de
waarde inzoverre deze dient ter verklaring van de ruil van goederen en diensten.
De basis van de subjectieve waardeleer is door Jevons als volgt kernachtig uitge-
drukt'*:
— Cost of production determines supply
— Supply determines final degree of utility
— Final degree of utility determines value
Om inzicht te krijgen in vraag en aanbod moet men het proces van waardevorming
kennen. Want het centrale probleem is het formuleren van de voorwaarden
waaraan moet zijn voldaan om het nut van de totale produktie in een volkshuis-
houding te maximeren. Daarbij moet rekening worden gehouden met de volgende
drie gegevens:
a. de bevolking die bestaat uit mensen met verschillende behoeften en verschil-
lende capaciteiten.
b. hoeveelheid land en natuurlijke hulpbronnen.
c. de kapitaalgoederenvoorraad.
Om het nut van de totale produktie te maximeren gaan de leden van een volks-
huishouding ruilbetrekkingen aan. En de mens gaat ruilen wanneer de door hem
gewenste ruilverhouding afwijkt van de op de markt heersende ruilverhouding.
412
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's