Wetenschap en rekenschap - pagina 578
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
Mits van meetafde inbreng van het geloof verdisconteerd wordt, reikt ze tot over
de grenzen van de wetenschap. Ja, hierin blijkt wijsbegeerte christelijke wijsbe-
geerte te zijn, dat ze in gerichtheid op de grensproblemen al redenerend komt tot
de gelovige erkenning, dat ervaring en ervaringswetenschap haar bovenweten-
schappelijke condities hebben in de schepping en de Schepper, in Jezus Christus
als centrum en zin, in Gods wet en Gods Geest (Wb 138). Hoe Van Riessen deze
transcendentale deductie voltrekt, doet minder terzake, hij biedt ze ook slechts
bescheiden aan als een „proefneming" (Wb 130, 133). In elk geval wil hij een
loopplank leggen van kritische naar comprehensieve filosofie.'^
Alles draait hier om de stijl van filosoferen. Er moet worden gefilosofeerd in de
context van het christelijk geloof, in het contact met Gods Woord, met een moge-
lijk beroep op de open bijbel en niet maar op een ondersteld christelijk-religieus
„grondmotief (Wb 57). Dat is, dunkt me, filosoferen in de stijl van Vollenhoven,
in verwijderd verband zelfs in de geest van kerkvader Augustinus. Wijsbegeerte
groeit uit tot een omvattende begeerte naar ware wijsheid, die van Boven is, maar
die zij ondertussen wel kritisch-wetenschappelijk wil verantwoorden. Dooye-
weerds onderscheiding van een strikt wetenschappelijke, binnentheoretische èn
een religieuze, boventheoretische sfeer komt als kunstmatig te vervallen (Wb 130).
Wel erkent Van Riessen, dat de wijsgerige communicatie met andersgezinden
vanuit deze comprehensieve conceptie zo niet onmogelijk (Wb 130) dan toch
uiterst moeilijk wordt (Wb 139). Dit geldt voor hem temeer, omdat hij anders dan
Van Peursen de geschiedenis der wijsbegeerte ten diepste niet beheerst ziet door
Gods presentie maar door religieuze afval en antithese, zoals Kuyper, Vollenho-
ven en Dooyeweerd geleerd hebben (Wb 54, 58). Met laatstgenoemden houdt Van
Riessen ook uitdrukkelijk vast aan een goddelijke structurele wetsorde. Hij ziet
voorts de structuur van de wetenschap (anders dan Vollenhoven èn Dooyeweerd,
laat staan Van Peursen), als een gerichte poging om door analyse en abstractie,
door theorie en taal de wet (in de zin van Gods wet) voor de geschapen werke-
lijkheid tot uitdrukking te brengen (Wb 93, 140). Zwaartepunten van het huidige
onderzoek in zijn vakgroep betreffen onder meer de aard en de onderlinge ver-
houding van de wet, de werkelijkheid, de wetenschap en de taal.
Troost en de weg van ethiek naar antropologie
Binnen het kader van de algemene systematische wijsbegeerte neemt tegenwoor-
dig de ethiek een niet onbelangrijke plaats in. Het behoeft immers geen betoog, dat
de ontwikkelingen van deze tijd met een vlottende maatschappij, een voortwoe-
kerende wetenschap, een expansieve economie en een agressieve technologie het
zedelijk oordeel voor ontzaglijke problemen stellen. Om de ethische problematiek
onder ogen te zien werd in 1964 A. Troost (geb. 1916) benoemd tot buitengewoon
hoogleraar in de sociale ethiek, een vak dat tevoren door G. Brillenburg Wurth
gedoceerd was. In 1967 werd Troost gewoon hoogleraar. Hij doceert sedertdien
572
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's